Militairen en andere betrokkenen die de slachtoffers van de ramp met de MH17 hebben geborgen en thuisgebracht, moeten een officiële onderscheiding krijgen. Dat wil de volledige Tweede Kamer. Hans van de Ven uit Eindhoven leidde destijds de bergingsmissie in Oekraïne. Hij is blij dat de onderscheiding er nu lijkt te komen. "Het is laat, maar nooit te laat om de waardering te laten zien", vertelt Van de Ven.
De bergingsleider denkt nog vaak aan de ramp met vlucht MH17. Vrijdag is het precies twaalf jaar geleden dat het vliegtuig boven Oost-Oekraïne werd neergehaald. Alle 298 inzittenden kwamen om, onder hen vijftig Brabanders.
Samen met honderden militairen, politieagenten, diplomaten en mensen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zorgde de Eindhovenaar ervoor dat alle slachtoffers en hun bezittingen terugkwamen bij de nabestaanden. Een loodzware klus: het zoekgebied was groot en lag midden in een oorlogsgebied.
Van de Ven is blij dat er nu alsnog erkenning komt voor 'zijn' team. "Het is laat, maar nooit te laat om de waardering te laten zien. Ik vind het heel fijn voor de andere mensen dat ze een onderscheiding krijgen."
Iedere hulpverlener die betrokken was bij de afwikkeling van de ramp, zowel in Nederland als op de rampplek in Oekraïne, kreeg al wel een herinneringsbeeldje. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen mensen die op de plek van de ramp en in Nederland hebben geholpen. "Er is wel waardering geweest in de vorm van dat beeldje."
"Maar het is ook gebruikelijk dat mensen die uitgezonden zijn naar een oorlogsgebied en belangrijke dingen hebben gedaan, daarvoor waardering krijgen. Of dat nu een vredesmissie is, een oorlog zoals in Afghanistan of de bergingsmissie in Oekraïne. In die context is het wel terecht en ook de hoogste tijd dat die waardering er komt."
Maar met de onderscheiding komt dat onderscheid er nu wel, mede dankzij PRO-Kamerlid Kati Piri. Zij vindt dat de mensen die zijn uitgezonden naar de rampplek in Oekraïne een ‘echte’ onderscheiding verdienen. “Tot mijn verbazing hadden deze mensen die nog niet gekregen”, zegt ze.
Volgens Van de Ven zijn erkenning en waardering iets heel persoonlijks. "De reacties op het nieuws zijn wisselend. De een legt de onderscheiding straks misschien in een la, de ander draagt het trots op zijn uniform."
Van de Ven pleitte vlak na de bergingsmissie zelf ook al voor een onderscheiding voor zijn team en alle betrokkenen ter plekke. "Op dat moment was de MH17 een beladen onderwerp. 'Gaan we dan mensen medailles geven voor deze vreselijke ramp?'. Achteraf gezien had dat denk ik wel meteen moeten gebeuren."
Niet voor zichzelf, maar wel voor zijn collega's. "Ik haal mijn waardering niet uit die onderscheiding, maar uit het feit dat we iets hebben kunnen doen voor de nabestaanden. We hebben de stoffelijke resten van hun dierbaren terug kunnen brengen", vertelt de bergingsleider.
Vóór Prinsjesdag (15 september) moet de regering de Kamer laten weten hoe ze ervoor wil zorgen dat de militairen alsnog een onderscheiding krijgen.
