De eerste ontmoeting met Ad Wouters is in zijn voortuin in Bladel. José, zijn vrouw, staat uitgedroogde bladeren bij elkaar te vegen. Tenger is ze, een tachtiger met vriendelijke ogen. De tuin ligt er keurig verzorgd bij. Zestig jaar zijn ze getrouwd en hun huwelijk glanst als nooit tevoren.
De 83-jarige Ad zelf is nergens te bekennen. Hij is boven, op het dak. Daar ligt veel blad en dat moet ook weg. De meeste tachtigers peinzen er niet over om op die leeftijd nog naar het dak te klauteren. Ad wel, die zet een ladder tegen de muur en klimt gewoon naar boven. Want het moet toch gebeuren.
Nie mauwe maar poetsen, het kenmerkt Ads leven. Toen hij een 11-jarig menneke was, ging hij al met zijn opa mee naar het bos. Die werkte bij Staatsbosbeheer, kon nauwelijks lopen en reed rond in een invalidewagentje. "Van oude autobanden had hij knielappen gemaakt en dan kroop hij van boom naar boom om ze te inspecteren. Als er eentje was die het niet redde, dan moest ik die boom wegslepen", vertelt Ad. "Het hout werd verkocht voor in de kachel. Ik was zijn knechtje, en als dank kreeg mijn moeder af en toe een stuk van het varken dat hij had geslacht."
Toen Ad zeventien was, ging hij werken in de steenkoolmijnen. Zes dagen per week reed hij met een stel andere Brabantse jongens in een busje richting het Belgische Genk. Daar, bij Zwartberg, daalde hij honderden meters af, de duisternis in, naar de buik van de aarde. "Het was zwaar, je daagt de natuur toch steeds weer een beetje uit met ruim duizend meter steenmassa boven je hoofd. Het was bloedheet en het stikte er van de ratten, daar in die gangenstelsels. En er was ook geen toilet, je moest maar zien hoe je het kwijtraakte. Als je dan door een gang kroop waar net iemand was gaan zitten..."
Later begon Ad in de bouw. Met ruwe handen timmerde hij draagconstructies in elkaar en metselde hij muren op, huis na huis. Hij maakte lange dagen in Bladel en Hapert. Tachtig uur werken per week was geen uitzondering. “Daar lijd je niks van,” zegt hij nu, met een glimlach. “Ik ben er toch nog?”
Een opleiding had hij niet, al lag zijn hart daar wel. School was geen optie, werken wel. En zo leerde hij al doende: in de tuinen van anderen, met zijn handen in de aarde, groeide zijn kennis van groen en onderhoud.
En dan was er nog die andere liefde: de muziek. Als dj Don Juan zette Ad ieder weekend de boel op stelten voor een grote schare fans, tot diep in de nacht. Sommige bezoekers bij café-dancing Dennenlucht namen het niet zo nauw met de huwelijkse voorwaarden, verklapt Ad. "Ik heb er heel wat dingen zien gebeuren. Achter de dancing was een speeltuintje met een glijbaan. Nou, die werd intensief gebruikt. Niemand had door dat ik vanuit het raam achter mijn draaitafel goed zicht had op alle vleierijen."
Met zijn dochter Marina begon Ad een eigen radiostation, Radio Spooky, gewoon op de slaapkamer. Hartstikke illegaal, maar het werd oogluikend toegestaan en vader en dochter hadden veel trouwe luisteraars in de Kempische dorpen.
Ook dook hij alsnog drie avonden per week de schoolbanken in, voor die diploma's waar hij altijd van had gedroomd: hovenier, bloemschikker en tuintechnicus. De muziek betaalde zijn studie. Overdag werken, ’s avonds draaien, tussendoor leren.
Ad is inmiddels al heel wat jaren met pensioen - hij eindigde zijn werkend bestaan bij de gemeente Bladel - en geniet samen met zijn José van de seizoenen buiten. De tijden als dj zijn voorbij, alle zevenhonderd singles zijn verkocht aan een liefhebber. Behalve eentje, die van hemzelf.
Stilzitten is er niet bij. "We trappen samen nog steeds jaarlijks 7500 kilometer op de fiets. En de tuin en het huis binnen houden we zelf zonder hulp bij." Met een knipoog naar zijn vrouw: "Ik ga ervan uit dat we samen 105 worden, anders komen we tijd tekort."

