Zelfs toen zijn lichaam steeds zwakker werd, bleef Arno lachen, spelen en grapjes maken. De zesjarige jongen wist dat hij niet meer beter zou worden, maar verloor zijn vrolijkheid nooit. Twintig jaar na zijn overlijden koestert zijn peettante Carieny nog altijd de herinneringen aan haar eigenwijze, energieke peetkind. “Hij heeft voor altijd een heel speciaal plekje in mijn hart.”

Arno werd op 6 augustus 1998 geboren in Veghel als jongste zoon van Carieny’s zus. Omdat Carieny vaak op de kinderen paste en de zussen een hechte band hadden, werd ze al snel gevraagd om peettante te worden. “Pas later merkte ik hoeveel dat voor mij betekende.”

De twee kregen een bijzondere band en ondernamen veel uitstapjes. Ook gingen de gezinnen regelmatig samen op vakantie. Carieny herinnert zich hoe de kleine Arno tijdens een vakantie in Spanje enthousiast stond te dansen met een Spanjaard. “Hij was een vrolijk, energiek en eigenwijs manneke. Een open en eerlijk kind, dat altijd zichzelf was. Als hij iets niet leuk vond, liet hij dat zonder omwegen merken.”

Carieny glimlacht om zijn eigenwijze trekjes: “Als er bezoek kwam, kon hij zomaar vragen: ‘Wat kom jij hier doen?’ ‘Koffie drinken’, zei iemand dan. Waarop hij droog kon antwoorden: ‘Dat kan je thuis toch ook?’ Hij was echt een kleine wijsneus. Die eigenheid en eerlijkheid maakten hem juist zo bijzonder.”

Pijn in zijn benen
In 2002 kreeg Arno na het zwemmen plotseling veel pijn in zijn benen. “Hij kon bijna niet meer lopen en we moesten met hem naar het ziekenhuis.” Op 13 maart kwam in het ziekenhuis in Nijmegen de verschrikkelijke boodschap: Arno had leukemie.

Carieny zat samen met haar zus bij de arts toen het nieuws bekend werd. “Dan zakt de grond onder je voeten vandaan”, vertelt ze. “Zo’n lief, klein manneke. Ze wisten toen nog niet of hij beter kon worden.”

Er volgden jaren van ziekenhuisbezoeken, medicijnen en bloedtransfusies. “Hij werd vaker moe of hangerig en door de prednison zwol zijn gezicht steeds verder op”, vertelt Carieny. Toch was hij ook nog vaak genoeg zijn vrolijke zelf. “Hij speelde met vriendjes van school en sprong vaak met mij op de trampoline in de tuin.”

Langzaam zag Carieny hoe Arno steeds zwakker werd. Via stichting Make-a-Wish regelde ze dat Arno in een limousine werd opgehaald voor een ontmoeting met Bob de Bouwer. “Daarna mocht hij mee met de politie en werden zijn broers voor de grap in de boeien geslagen. Hij vond het helemaal geweldig.”

‘Ik word een sterretje’
In 2004 werd een stamceldonor gevonden voor Arno, maar die kwam helaas te laat. “Kort daarna kregen we te horen dat Arno niet meer beter zou worden.”

Carieny vertelt dat de toen vijfjarige Arno goed begreep wat er aan de hand was. “We wilden op een goede dag met onze gezinnen uit eten. Hij zat achterin de auto en vertelde aan ons: ‘ik word een sterretje’. Hij begreep dat hij zou sterven.”

Kort voor zijn overlijden, bezocht ze Arno in het ziekenhuis. “ Daar moest hij nog zo erg om lachen een grapje dat ik maakte. Daar, op dat moment, heb ik afscheid van hem genomen.”

Een maand na zijn zesde verjaardag overleed Arno in zijn slaap. Zijn moeder had hem ’s avonds  naar bed gebracht. Een paar uur later ging Carienys telefoon af. “Toen ik zag dat mijn zus belde, wist ik genoeg.”

Bij zijn afscheid zat de kerk helemaal vol. "Bij zijn graf werden bellen geblazen," vertelt Carieny. Tijdens de afscheidsdienst sprak Carieny haar peetkind toe. “Ik heb gezegd dat ik heel blij was dat ik zijn peettante mocht zijn. Hij heeft mij echt geleerd dat ik moet genieten van de mensen die mij lief zijn.”

Trampoline
In de week van zijn overlijden neemt Carieny ieder jaar vrij om stil te staan bij al het moois dat ze samen hebben meegemaakt. “Ik leef verder met de mooie herinneringen aan hem.” 

Het vaakst keert ze in gedachten terug naar een zomerse zondag op de trampoline, toen de familie al wist dat Arno niet meer beter zou worden. “Hij was zo blij, terwijl hij al zo ziek was. Hij bleef maar lachen en springen en zei:  'Tante, ben je nu al moe? Ik nog lang niet!' Dat beeld gaat nooit meer weg. Hij heeft voor altijd een heel speciaal plekje in mijn hart.”