Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een prachtige nachtvlinder in een tuin, een nieuwe langsteelgraafwesp in ons land, wantsen die met een opmars bezig zijn in ons land en een gekko die in onze provincie gevonden is. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
Van wie is dit dikke lichtgroenbruine uitwerpsel?
Bep Klijsen zag in haar tuin een dik lichtgroen/bruin uitwerpsel met ook wat wit erin. Ze vraagt zich af van wie dit geweest zou kunnen zijn. Volgens mij van een duif. Normaal hebben duiven een ringvormige, grijze ontlasting maar met dit droge weer is die anders. Ook in mijn tuin liggen van die dikke, wat meer groenige uitwerpsels. Ook altijd met wat wit erbij. Bij duiven ziet de ontlasting er bruin, groenbruin of groen uit met altijd ergens waterige (nu vaak opgedroogde) witte vlekken. Dit komt doordat de vogels poep en urine (urinezuur) tegelijkertijd via de cloaca (de opening waaruit ontlasting komt) uitscheiden. Die cloaca zit bij de vogels aan de buikzijde achter de poten, verstopt onder de veren.
In eerste instantie is die duivenpoep in de zomer een dunne, kleverige en waterige zooi. Duiven drinken in de zomer namelijk meer, waardoor de ontlasting zacht wordt en snel uitvloeit. Daarom ziet het er vaak vormeloos uit. Bij hoge temperaturen daarentegen droogt de duivenpoep heel snel in en krijg je een vormloze dikke materie. Door dat snelle indrogen in de hete zon, kan de poep inbranden op materialen of in het gras. Daarnaast kunnen schadelijke schimmels en bacteriën door het opwaaiend stof in de lucht terechtkomen en die ziekteverwekkers kunnen dan ingeademd worden. Het is dan ook aan te raden om duivenpoep in de zomer zo snel mogelijk op te ruimen. Daarnaast tast het zuur (urinezuur) in de duivenpoep onder invloed van de zon oppervlakken sneller en dieper aan. Ook je gazon gaat er dan aan.
Wat is de naam van de prachtige vlinder in onze tuin?
Peter Leenes stuurde mij een foto van een prachtige vlinder. Zijn vrouw trof deze aan in de achtertuin. Ze willen graag de naam weten. Op de foto staat een heel mooie grote nachtvlinder met mooie kleuren. De naam is groot avondrood. Deze nachtvlinder is erg fraai, heeft olijfgroene voorvleugels met wat roze ertussen. Groot avondrood is een nachtvlinder uit de mooie familie van de pijlstaarten. Het zijn echte nachtvlinders, die vanaf de schemering op zoek gaan naar vooral kamperfoelie.
De rupsen van deze nachtvlinders, zie de foto hierboven, kun je vaak in plantsoenen en tuinen tegenkomen. Dan moeten er planten staan zoals kattenstaart, waterdrieblad (vijver) of fuchsia. Aan het eind van de zomer zoeken de rupsen van het groot avondrood de strooisellaag op. Ze spinnen daar tussen de afgevallen bladeren of net onder de grond losse, oranjebruine cocons. In deze cocons overwinteren de poppen van het groot avondrood om vervolgens als vlinders tijdens het daaropvolgende voorjaar te verschijnen. Bijzonder is dat groot avondrood, zo blijkt uit onderzoek, kleuren kan onderscheiden door de grote ogen.
Wat is de naam van het mooie insect dat in de tuin is geland?
Nol en Ria Hoevenaar zagen een insect in hun tuin. Wat zij gefotografeerd hebben, is een insect met de naam sabelsprinkhanendoder. Sabelsprinkhanendoders horen thuis bij de orde van de vliesvleugeligen. Binnen die orde vallen ze onder de familie van de graafwespen.
De bijenwolf is een voorbeeld van een graafwesp. Binnen deze familie behoren ze tot de langsteelgraafwespen. In Nederland leven ongeveer 175 soorten graafwespen. Twaalf daarvan zijn langsteelgraafwespen. Elke graafwesp is gespecialiseerd in een bepaalde prooi. Ze brengen die prooien naar hun nesten. De sabelsprinkhanendoder is gespecialiseerd in het vangen van grote prooien, zoals sabelsprinkhanen en krekels.
De soort is overigens pas recent (2013/2014) ons land binnengekomen. De eerste jaren kwam de sabelsprinkhanendoder vooral voor in Zeeuws Vlaanderen, met wat verspreide waarnemingen in het zuidoosten van het land. De laatste jaren neemt de hoeveelheid sabelsprinkhanendoders enorm toe en zijn deze dieren ook te vinden in onze provincie. Ze vallen best wel op met hun zwarte lijf en een deels oranje onderlijf. De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes, maar dat is normaal bij graafwespen. Mannetjes hebben overigens zwarte voorpoten, terwijl de vrouwtjes deels oranje poten hebben. Als de vrouwtjes een prooi gepakt en verlamd hebben, leggen ze zo’n prooi in een broedkamer en vullen ze die broedkamer aan met twee tot drie prooien. Het nest met de broedkamers hebben ze van tevoren gemaakt. Vervolgens leggen ze de eitjes in de broedkamers. Als later de larven uit de eitjes komen, hebben die voldoende voedsel aan die verlamde sabelsprinkhanen. Wil je meer weten over de langsteelgraafwespen, en ze ook beter herkennen, kijk dan eens op deze link.
Welke beestjes zitten op de laurierboom?
Nico van Valen was een paar takken aan het snoeien van zijn laurierboom toen hij wat beestjes zag vluchten. Hij maakte van een van hen een foto. Wat hij gefotografeerd heeft, is een bijna volwassen (ook wel nimf genoemd) exemplaar van de bruingemarmerde schildwants. Deze wantsensoort, ook wel Aziatische stinkwants genoemd, kwam oorspronkelijk voor in China, Japan, Korea en nog wat andere Aziatische regio's. Helaas werd deze invasieve wantsensoort in 2018 voor het eerst waargenomen in ons land. Toen enkel in Limburg, maar sinds 2019 zijn ze aan een opmars begonnen. Nu worden ze overal steeds meer waargenomen. Het zijn echte plantenzuigers, zowel de nimfen als de volwassen insecten. Ze zuigen vooral het plantensap uit bladeren en vruchten. Ze worden maximaal bijna twee centimeter groot en verspreiden een geur die getypeerd wordt als 'een doordringende geur die sterk ruikt naar koriander'. Vandaar de naam stinkwants.
Aangezien deze wants niet van oorsprong in ons land leefde en vermoedelijk onze milde winters nog te koud zijn, kruipen de bruingemarmerde schildwantsen vaak in huizen. Als ze dan niet verstoord worden of platgetrapt, is er niet veel aan de hand. Gebeurt zoiets wel, dan blijft de stank van die stinkwants lang in huis hangen. Inmiddels wordt deze invasieve wants beschouwd als plaagdier. Dit vanwege het feit dat ze aanzienlijke schade kunnen veroorzaken aan fruitbomen door in die bomen de vruchten aan te prikken, met als resultaat dat de vruchten misvormd worden. Wil je meer weten over deze invasieve soort, klik dan op deze link.
Is dit een muurhagedis?
Harco van Hees dacht dat hij een muurhagedis op de schutting had gezien. Gelukkig kon hij wat foto’s maken, weliswaar een beetje vaag, en stuurde hij die naar mij. Op de foto's zag ik meteen dat het geen muurhagedis zou kunnen zijn en ook geen andere in ons land voorkomende hagedissensoort. Maar ik kon er verder geen naam op plakken. Wat ik wel weet, is dat er muurhagedissen leven in Zuid-Limburg, meer bepaald in Maastricht. Op de Sint-Pietersberg leeft de zeldzame muurhagedis, wat meteen ook de enige natuurlijke populatie in ons land is. Ook mijn vrienden bij Naturalis geven aan dat dit zeker geen muurhagedis is. Volgens hen is het een gekko. Mogelijk een ontsnapte gekko uit een terrarium., want gekko’s komen in principe in het wild niet voor in ons land. Mocht het dier er nog zitten en gevangen kunnen worden, dan kun je het best de dierenambulance bellen. Die komt het diertje dan ophalen en naar een geschikte opvanglocatie brengen.
Tot slot nog iets over muurhagedissen. Deze hagedissensoort heeft een meestal bruine kleur en een lang en plat lichaam. Daarnaast heeft de muurhagedis een lange staart. Daarom kan ik de gedachte van Harco wel volgen, als je kijkt naar de staart van die gekko. Overigens is de naam muurhagedis heel toepasselijk, want muurhagedissen geven de voorkeur aan muren en steenhopen als habitat.