Bernardus Jozef van Gardingen zat jarenlang in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Zijn vrouw heeft nu recht op een compensatie voor achterstallig salaris uit de Tweede Wereldoorlog, maar zowel Bernardus als zijn vrouw leven niet meer. De compensatie voelt voor hun dochter José uit Haaren dan ook wrang. "Veel van de mensen om wie het gaat, zijn er niet meer. Het is echt symboolpolitiek."
Na jaren van discussie heeft het kabinet besloten dat de regeling er toch komt. De financiële vergoeding is voor weduwen en weduwnaars van ambtenaren en militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst waren van het KNIL.
Het is een aanvulling op de regeling uit 2015 waarbij KNIL-militairen en ambtenaren zelf 25.000 euro kregen. Dit kregen ze omdat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog geen salaris ontvingen.
Dwangarbeid bij de Birmaspoorlijn
De vader van José was zo'n KNIL-militair. In 1938 ging hij in dienst van het KNIL naar het toenmalige Nederlands-Indië. In de hoofdstad Batavia werd hij gevangen genomen en later werd hij opgesloten in de Changi-gevangenis in Singapore. Daarna werd hij per boot naar Thailand, dat toen Siam heette, gebracht. Vervolgens heeft hij nog eens drie dagen in een veewagon gezeten naar Birma, dat nu Myanmar heet.
Daar werd hij gedwongen om in een werkkamp aan de Birma-spoorlijn te werken. De leefomstandigheden waren slecht en veel dwangarbeiders overleefden het niet. "Mijn vader is uiteindelijk op een stationnetje aan de spoorlijn op een brancard gaan liggen omdat hij niet meer kon. Toen is hij naar een ziekenhuis gebracht en een beetje opgeknapt", vertelt José.
Bernardus werd daarna weer naar de gevangenis in Singapore gebracht. "Daar is hij bevrijd en daarna te werk gesteld in Siam, vlak bij de brug over de rivier de Kwai."
Berooid weer terug naar Nederland
In 1948 leerde Bernardus een Nederlandse vrouw kennen. "Mijn moeder was na de oorlog naar Indonesië gegaan als hulp van het Rode Kruis. Mijn ouders zijn daar getrouwd en in 1950 zijn ze terug naar Nederland gegaan. Ze gingen naar hun ouders in Amsterdam, want ze waren totaal berooid." Zeven jaar later werd José geboren.
Ze weet precies wanneer haar vader vóór haar geboorte op welke plek is geweest. "Ik heb zijn Japanse interneringskaart. Ze hebben heel nauwkeurig bijgehouden waar hij gevangen zat en in welke kampen hij heeft gewerkt. Alles is gedigitaliseerd en vertaald."
Over zijn tijd bij het KNIL heeft Bernardus nooit veel verteld aan zijn dochter. "Dat deed hij niet. Ik heb achteraf wel spijt dat ik niet heb doorgevraagd, maar eigenlijk was dat ook niet mogelijk."
Mosterd na de maaltijd
Nu bekend is dat haar moeder een aanvullende vergoeding zou krijgen, komt alles weer boven bij José. Want voor haar ouders komen de vergoedingen te laat. "Het gaat me niet om het geld, maar dit is wel echt mosterd na de maaltijd. Hoeveel van deze mensen leven er nog?"