Wie nu afdaalt onder het stadhuis van Den Bosch, ruikt vooral chocolade. In de Raadskelder worden tegenwoordig workshops Bossche bollen maken gegeven. Maar eeuwen geleden kwamen hier heel andere gasten over de vloer: keizers, koningen en andere machtige mannen uit de geschiedenis.
“Dit was een feestzaal”, vertelt Fon van Heesch, liefhebber van de Bossche geschiedenis, terwijl hij door de gotische gewelven van de kelder loopt. “Hier werden de hotemetoten van die tijd ontvangen.”
Volgens de overlevering liepen onder meer keizer Karel V, Filips II van Spanje, Willem van Oranje, de hertog van Alva, keizer Maximiliaan van Oostenrijk en Napoleon hier rond. “Dat waren niet zomaar belangrijke bezoekers”, zegt Fon. “Dit was de top van die tijd.”
De Raadskelder ligt onder het stadhuis aan de Markt. Eigenlijk bestaat de kelder uit drie delen, net als het stadhuis erboven. Het middelste deel werd al in 1366 door de gemeente gekocht. Later werden de naastgelegen panden erbij getrokken en ontstond één groot stadhuis, met daaronder één grote kelder.
De kelders kregen hun huidige vorm bij een verbouwing tussen 1529 en 1533. Jan Derkennis, bouwmeester van de Sint-Jan, ontwierp de kruisribgewelven. Die worden nog altijd gedragen door pilaren in het midden van de ruimte. In de muren zitten nissen waar vroeger kaarsen of olielampjes stonden. Ook de oude stookplaatsen zijn er nog.
“Er was natuurlijk geen centrale verwarming”, zegt Fon. “Dus hier werd gestookt. En bovenin zie je nog haken. Daar hingen grote luchters met kaarsen aan.”
Toch voelt het op het eerste gezicht wat vreemd om belangrijke gasten in een kelder stoppen. Maar volgens Fon was het logisch. “Dit was het stadhuis. En wat er toen allemaal omheen stond op de Markt was veel houtbouw. Dit was waarschijnlijk een van de weinige representatieve plekken waar je zulke ontvangsten kon organiseren.”
En misschien was het ook wel handig dat niet iedereen kon zien wat er gebeurde. “Ze werden boven in het stadhuis formeel ontvangen en konden binnendoor naar beneden. Ik denk dat het hier best eens ruige feestjes zijn geweest.”
De kelder had door de eeuwen heen veel functies. Halverwege de zestiende eeuw werd hij ook gebruikt als militaire gevangenis. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vestigden zich daar soldaten en na de inname van Den Bosch door Frederik Hendrik in 1629 werd de Staatse Hoofdwacht er gelegerd.
In een aparte ruimte wijst Fons naar een oude trap. Een tijd lang was dit een gevangenis. “Boven was de plek waar recht werd gesproken. Mensen die veroordeeld moesten worden, zaten hier beneden. Via die trap gingen ze naar boven. Daarna werden ze vrijgelaten of gevangen gezet.”
Eeuwenlang werd er nauwelijks naar de kelder omgekeken. Pas in 1908 werd hij herontdekt bij de aanleg van centrale verwarming. Daarna volgden allerlei bestemmingen: van ‘Stadsfolterkamer’ tot boter- en eierenmarkt. De Delfts blauwe tegels herinneren daar nog aan. “Dat was voor de hygiëne”, zegt Fon. “Boter maakt vet, tegels kon je schoonmaken.” Sinds 1929 kennen Bosschenaren de kelder vooral als Raadskelder. Nu draait het er opnieuw om eten: Bossche bollen.
Zelf raakt hij vooral enthousiast van het idee dat je hier letterlijk door de geschiedenis loopt. “Je probeert je voor te stellen hoe het hier vroeger was en wie hier allemaal zijn geweest. Den Bosch was eeuwenlang een belangrijke stad. Dat komt hier allemaal samen.”
En als er ooit weer een belangrijk banket in de Raadskelder wordt gehouden? Dan weet Fon wel wie er mogen aanschuiven. “Laat het huidige kabinet hier maar eens komen. Gewoon even onder ons, met een Bossche bol erbij, out of the box denken. Misschien helpt het.”

