Kort na carnaval in 2020 was in Brabant al duidelijk wat het virus had aangericht. Dat zegt oud-VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona. Die commissie onderzoekt hoe de overheid tijdens de pandemie keuzes maakte tussen volksgezondheid en andere maatschappelijke belangen.
Tijdens het carnavalsfeest van 2020 raakten in Brabant veel mensen besmet met het coronavirus. In het begin van de pandemie golden de coronamaatregelen alleen in Brabant, nog niet in de rest van Nederland.
Twijfel in Den Haag
"Ik moest toen eerst thuiswerken en ik merkte dat er vanuit Den Haag twijfel was over de ernst van het virus", vertelt Dijkhoff aan de enquêtecommissie.
"In het begin snapte iedereen dat er maatregelen nodig waren. Maar naarmate de pandemie langer duurde, nam die steun af in de Tweede Kamer en in het land", blikt de VVD'er terug.
Kritische geluiden
Ook kwamen er na verloop van tijd vragen of alle geluiden uit de samenleving wel genoeg werden gehoord, zegt de voormalige politicus uit Breda.
Volgens Dijkhoff had de Tweede Kamer meer informatie over de gevolgen kunnen krijgen. "Maar of er dan andere besluiten waren genomen, kan ik niet zeggen."
Het is volgens hem ook logisch dat het kabinet vooral leunde op de adviezen van de virusbestrijders van het Outbreak Management Team (OMT). "Bijna niemand had expertise, dus dan leun je op de experts."
Advies OMT leidend
Het was volgens Dijkhoff ook logisch dat het OMT-advies leidend was. "Wij wilden dat iedereen die ernstig ziek werd van het coronavirus een plek op de intensive care kon krijgen."
Daar waren maatregelen voor nodig, benadrukt de toenmalige fractievoorzitter van de VVD.