Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een nachtvlinder, een roodmus wat geen mus is, een vlieg die op afstand eitjes in een nestgang schiet en geeft hij antwoord op de vraag hoe hommels overwinteren. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.
Deze vlieg zat op mijn insectenhotel
Anja Hurkmans zag een soort vlieg bij haar insectenhotel. Ze had deze nog nooit eerder gespot en wil dus graag weten met welke vlieg ze te maken had. Als je naar de foto kijkt, zie je een delta-achtige vlieg met donkere vleugels en een compleet zwart lichaam met helderwitte vlekjes op dat lichaam. We hebben hier te maken met een muurrouwzwever, een typische zomersoort. Vooral in juni komen deze bijzondere vliegen tevoorschijn uit hun nesten. Alle soorten uit de familie van de wolzwevers zijn parasieten op eieren of larven van andere insecten.
Vrouwtjes van de muurrouwzwevers parasiteren vooral op metselbijen, zoals de rosse metselbij en metselwespen. Deze laatste twee soorten nestelen in gaatjes in insectenhotels, in muren, in houten palen en in schuttingen. Eitjes afzetten doen muurrouwzwevers op een zeer kunstige manier. Vlak voordat de vrouwtjes van de metselbij of metselwesp hun nesten afsluiten met klei of leem, vliegen de vrouwtjes van de muurrouwzwevers voor de opening. Ze blijven in de lucht zweven en slingeren of schieten met hun achterlijf dan een eitje naar binnen. Aan de foto van Anja te zien is dat dier een vrouwtje en heeft ze net een eitje weggeschoten of is ze bezig zich te oriënteren om een eitje weg te schieten. Uit zo'n eitje komt dan een larve, die zich voedt met de larve van de gastheer. Muurrouwzwevers zijn insecten die dus behoren tot de familie van de wolzwevers. Deze wolzwevers zijn warmteminnende vliegen. Dan heb je misschien ook meteen de verklaring waarom deze soort veel te vinden is in een stedelijke omgeving.
Is dit een mot of een soort vlinder?
Jan van den Hoven kwam in zijn tuin een insect tegen dat hij omschrijft als 'een mot of soort vlinder'. Hij wil graag weten wat het is. Wat hij gefotografeerd heeft, is een van de mooiere nachtvlinders (geen mot) van de pijlstaartfamilie, namelijk de windepijlstaart. Windepijlstaarten kunnen een spanwijdte hebben tot wel 130 millimeter.
Bijzonder is dat windepijlstaarten over een korte afstand een snelheid van wel 100 kilometer per uur kunnen halen, maar vaak is de gemiddelde snelheid zo’n 50 kilometer per uur. Het zijn in principe trekvlinders uit Zuid-Europa, maar sinds In 2015 worden er steeds meer windepijlstaarten bij ons gezien. Wat vooral opvalt bij deze nachtvlinder is de zeer lange roltong van wel vijftien centimeter.
Rupsen van de pijlstaartenfamilie zijn vaak grote rupsen en dus zijn het ook grote nachtvlinders. De rupsen van de windepijlstaartvlinder kunnen zo’n acht centimeter lang worden. Ze hebben een dikte van een normale mensenduim. De rupsen van de windepijlstaart leven van haagwinde - de pispotjes - en van akkerwinde.
Wat is de naam van deze zwam?
Hetty Uijtdewilligen-van Hest kwam een zwam tegen, maakte er een foto van en stuurde die naar Stuifmail. Haar vraag is: wat is dit voor zwam? Het grappige is dat ik een paar weken geleden eenzelfde vraag kreeg over dezelfde zwam, maar men vond het toen meer op purschuim lijken dan op een zwam. Hetty geeft wel duidelijk aan dat het een zwam is en dat klopt. Dit is namelijk het vruchtlichaam/de hoed van een zwavelzwam. Deze boomzwam dankt zijn naam aan zowel de kleur als de geur, want deze ruikt naar zwavel. Als de zwam vers is, ruiken de hoeden naar kip, vandaar de Engelse naam 'chicken of the woods'. In een jong stadium zijn deze hoeden bovendien goed eetbaar en zelfs zeer smakelijk. Zwavelzwammen zijn parasitaire zwammen die vooral op eiken te vinden zijn. In volle bloei zijn ze heldergeel tot baksteenrood. Je vindt ze vooral op oude eikenbomen, in de zomer tot aan de vroege herfst. Als zo’n boom bezet is met een zwavelzwam, wordt de stam van die boom langzaam van binnen uitgehold.
Bijzondere vogel op bezoek, is dit een roodmus?
Kim Maters kreeg een bijzondere vogel op bezoek in haar tuin. Ze zag meteen dat het geen gewone mus is. Ze dacht aan een roodmus en dat klopt helemaal. Roodmussen zijn trekvogels die overwinteren in zuidelijke delen van Azië, van Iran tot het zuidoosten van China. Ze horen thuis in de familie van de vinkachtigen en dus niet tot de mussenfamilie. Vrouwtjes van de roodmus lijken wel wat op vrouwtjes van de huismus, zie de foto hieronder. Wellicht hebben ze daarom de naam mus gekregen.
Het mannetje valt op door de mooie rode kop, maar ook de borst en stuit hebben wat roods. Daarnaast hebben de mannetjes en vrouwtjes van de roodmus forse snavels. Dat is dan ook een typisch kenmerk van vinkachtigen. Heel bijzonder is dat deze roodmussen voorheen niet broedden in ons land, maar aan het einde van de twintigste eeuw heeft de roodmus ook Nederland uitgekozen om daar te gaan broeden. Vrouwtjes van de roodmus bouwen een vrij gammel nestje. Meestal laag in de struiken, maar ook wel in dichtbegroeide planten. Beide vogels zoeken voedsel op de grond en dit doen ze graag samen met andere vinkachtigen.
Waarom graaft deze steenhommel nu, in augustus, een holletje?
Margot Reijnders zag in de stiltetuin bij de kerk in haar dorp een steenhommel een holletje graven. Dus wil Margot weten waarom dit diertje dat nu al doet, in augustus. De jonge pasgeboren steenhommelkoninginnen hebben gepaard met mannetjes en slaan dat sperma op in hun lichaam. Daarna gaan die jonge koninginnen op zoek naar een plekje onder de grond om te overwinteren. Ze graven hiervoor een klein holletje of gebruiken een bestaand holletje.
Overigens is het niet zo maar een holletje, want vaak bevindt zo’n holletje zich op een beschutte plek zoals onder bladeren, mos of in een oude muur. Zo’n holletje kan zelfs een diepte hebben van maximaal vijftien centimeter, maar soms ook minder diep. Dat ligt natuurlijk aan de bodemsoort en aan de verdere omgeving. Op een bepaald moment kruipen ze in dat holletje en blijven heel de herfst en winter onder de grond. Ze gaan dus in winterslaap, eten niets meer en hun hartslag en ademhaling vertragen dan enorm. De opgeslagen vetreserves zorgen er voor dat ze onze winters doorkomen. In het vroege voorjaar, meestal in februari, worden ze wakker en gaan dan een nieuw steenhommelvolk stichten. Zie ook de link naar het filmpje van Margot.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een prachtige foto die gemaakt is door Floris van Nistelrooij. Hij legde een valse wolfspin vast, die een nachtvlinder gevangen heeft. Dit drama speelde zich af in Frankrijk.
Natuurtip
Zondag 30 augustus kun je van tien uur 's ochtends tot een uur 's middags deelnemen aan een heidefietstocht.
De gewone struikhei staat dit jaar weer vroeg in bloei. IVN Uden en omstreken neemt je daarom graag mee naar de paarse pracht van de mooiste heidevelden van natuurgebied Maashorst. De fietstocht voert de deelnemers langs de Slabroekse Heide, de Munse Hei, de heidevelden van de Kanonsberg en van Bedaf.
Natuurgidsen van IVN begeleiden de deelnemers en delen informatie over de heide en hun omgeving. Ze vertellen niet alleen over de huidige natuurwaarde van de heidevelden – zij zijn voor veel planten en dieren van groot belang – , maar ook over de geschiedenis ervan. Vroeger strekten deze heidevelden zich namelijk uit van Uden tot Schaijk en van Zeeland tot Nistelrode. Dit onderstreept de rijke cultuurhistorie van heide.
Meer informatie:
• Aanmelden is niet nodig.
• Vertrekpunt is de Markt in Uden.
• Aan de deelname zijn geen kosten verbonden.
• Er is onderweg geen (lunch)pauze. Tijdens de tussenstops is er voldoende tijd om zelf meegenomen eten en drinken te nuttigen.

