Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een blinde bij die geen bij is en ook niet blind, een heel mooie eetbare rode zwam die zuur wordt als je te lang wacht, een huismoeder, twee nachtvlinders die aan het paren zijn op een gewone muur den geeft hij antwoord op de vraag waarom er zoveel blauwe reigers zijn bij koeien in een wei. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
De Stuifmailvraag nummer 21
Wat is het belangrijkste verschil tussen een wants en een kever?
A. Wantsen hebben drie paar poten
B. Kevers hebben dekschilden
C. Wantsen hebben voelsprieten
D. Kevers hebben een volledige metamorfose
Graag je antwoord sturen naar stuifmail@omroepbrabant.nl
De winnaar krijgt de eer en een kwartetspel met veel informatie over nationale parken, geschonken door het Van Gogh Nationaal Park. Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord op Omroep Brabant-radio.
Waarom zijn er zoveel reigers bij de koeien?
Tinus van Lievenoogen heeft een zoogkoeienhouderij en daarom ook best veel land, die beweid wordt. Op de stukken land met twee poelen ziet hij blauwe reigers, maar op de twee percelen zonder poelen ziet hij nog meer reigers. Daarbij loopt er juist tussen die twee percelen door ook nog een doorgaande weg.
In natte periodes snapt hij dat er zoveel reigers zitten, want dan zijn er kikkers, muizen en zelfs mollen. Maar de reigers zaten er ook tijdens de droge periode, dus vraagt Tinus zich af wat ze daar deden. Voedsel zoeken is natuurlijk het antwoord. Wat veel mensen echter niet weten, is dat runderen bontgenoten zijn voor de reigers, zonder dat ze dit weten.
Door hun graasgedrag en door het lopen door de weiden veroorzaken zij namelijk beweging onder de insecten. Die insecten worden namelijk verstoord, vliegen op, springen weg (sprinkhanen) of kruipen weg. Dit is ideaal voor reigers, want dan zien ze het normaal voor hen verstopte voedsel in een keer in beweging komen. Tja, dan zijn de reigers er als de kippen bij. Vaak zie je ze dan in grote aantallen bij de runderen staan, opspringen of zelfs met een korte vleugelslag opvliegen naar de wegschietende insecten, opspringende kikkers, wegrennende muizen of sloom wegkruipende mollen. Ook in natuurgebied Kampina zie ik dit heel vaak gebeuren.
Wat is dit, waar komt het vandaan en vooral, hoe komen we ervan af?
Daphne de Backer stuurde mij een foto waarop twee wezens te zien zijn. Bovenin een rattenstaartlarve en onder een blinde bij. De rattenstaartlarve is de larve van die blinde bij. Deze heeft de naam te danken aan het feit dat dit diertje wel wat weg heeft van een rat, al moet je daarbij natuurlijk wel wat fantasie gebruiken.
Beide wezens horen dus thuis in de insectenwereld en zijn zeer nuttig, vooral de larve. Na de verpopping komen hier insecten uit die thuishoren bij de zweefvliegen en dus blinde bij heten. Het verrassende is dat de blinde niet behoort tot de bijen, want het diertje is tweevleugelig. Het insect heeft dus een perfecte mimicry, want het lijkt wel sterk op een bij.
Vroeger dacht men wel aan een bij, vandaar toch dit woord in de naam. Daarnaast hebben deze zweefvliegen, met de naam blinde bij, verticale rijen haartjes op hun ogen. Daarom dachten de mensen vroeger ten onrechte dat blinde bijen wel blind moesten zijn. Volwassen blinde bijen hebben op hun menu nectar en stuifmeelpollen van diverse soorten bloemen staan.
De rattenstaartlarve is heel nuttig, want deze larven leven in water en eten daar het afval op en zuiveren daarmee enigszins dat water. Je vindt die rattenstaartlarven dan ook in regentonnen of bakken water die buiten staan. Ze kunnen niet overleven in een bak zonder water. Dus ergens bij Daphne thuis zal een bak met water staan. Als ze die weghaalt en buitenzet, is Daphne er vanaf.
Is deze rode zwam eetbaar?
Martien Hermans vond een mooie rode zwam. Hij vraagt zich af of die zwam eetbaar is. Toevallig wel. De naam duidt dit ook aan, want de zwam heet biefstukzwam. Biefstukzwammen horen thuis bij de orde van de schimmels. Deze zwammen hebben waaiervormige hoeden die aan de boom vastzitten met smalle aanhechtingspunten.
Je komt deze hoeden/vruchtlichamen van de biefstukzwam enkel in de herfst tegen, het is dus een echte herfstzwam. Ze groeien graag op verwondingen bij levende zomer- en wintereikenbomen, want dat zijn mooie zwakke plekken. Overigens wel het liefst dichtbij de grond. Hoog in een boom zul je ze niet snel vinden. Brabant is ideaal voor biefstukzwammen, want deze soort komt het liefst op zandgronden voor.
De naam biefstukzwam is meer dan terecht, want het is een goed eetbare zwam en de hoeden lijken ook op rauwe biefstuk. Als je zo’n hoed voelt, lijkt het ook nog eens of je in een biefstuk knijpt. Ook bij het doorsnijden (niet doen!) van de hoed zie je een soort vleesstructuur. Vooral jonge hoeden zien er sappig en zacht uit en zijn eetbaar. Oudere zwammen worden erg taai en vezelig. Daarnaast neemt de concentratie looizuur in de loop van de tijd toe, waardoor de toch al zurige smaak erg bitter en onaangenaam scherp kan worden.
Biefstukzwammen doden op den duur de aangetaste bomen, want het zijn milde parasieten. Ze veroorzaken bruinrot en het eikenhout krijgt hierdoor een diepe, warmrode kleur. Het hout met die kleur noemt men brown oak en is zeer geliefd en kostbaar. Meubelmakers zijn dan ook vaak op zoek naar de biefstukzwam.
Wat voor vlinder heb ik gevonden?
Peter Timmerman vond een dode vlinder in Oss. Hij wil graag weten wat voor een vlinder het is. Op zijn foto staat een dode maar ook bekende nachtvlinder. De naam is huismoeder. Huismoeders zijn niet alleen in de nacht actief, maar ook overdag. Rupsen van de huismoeder eten graag diverse soorten grassen die dicht bij de grond groeien en kruidachtige planten; zoals paardenbloem, weegbree en dovenetel. Deze rupsen, groene of bruine, overwinteren en zijn dus vrij laat in het jaar nog te zien. Je kunt ze zelfs midden in de winter tegenkomen bij mooi, zacht winterweer.
Na de winter vindt de verpopping in de grond plaats. Na de verpopping komt een van de meest voorkomende nachtvlinders in ons land tevoorschijn. De huismoeders vliegen in de zomermaanden gemakkelijk door open ramen en deuren van huizen naar binnen, waar ze vaak rustig achter gordijnen of op donkere plekken blijven zitten. Op het menu van de huismoeder-nachtvlinder staat nectar van allerlei soorten planten. Daarnaast eten ze graag rottend fruit.
De wetenschappelijke naam, is noctua pronuba. Noctua betekent uil of nacht in het Latijn en pronuba betekent bruidsmeisje. Deze veel voorkomende nachtvlinder heeft al eeuwenlang de naam huismoeder. Waarschijnlijk is deze ontstaan doordat de vlinder vaak in en rond huizen wordt gezien. Maar de naam kan ook ontstaan zijn omdat deze nachtvlinders aangetrokken worden door licht.
Twee motten op een buitenmuur, wat is de naam en waarom zijn er zoveel rivierkreeften in de tuin?
Elske Leegwater stuurde mij twee foto’s. Op de eerste foto staan volgens haar twee motten die op haar buitenmuur zaten, maar wat zijn het precies. Allereerst noem ik deze prachtige vlinders nachtvlinders en het zijn nachtvlinders die thuishoren bij de familie van de spinneruilen.
De naam van beide nachtvlinders is rood weeskind. Dit zijn vrij grote nachtvlinders, maximaal 94 mm, die dus in de nacht actief zijn en overdag bijvoorbeeld rusten op muren. Ook zie je ze weleens op de grond rusten. Ze vallen dan zeker niet op om dat de vleugels er uitzien als de grond waarop ze rusten. Komt er dan een predator, die de vlinder op wil eten, te dichtbij dan vliegen ze op en laten de felrode achtervleugels zien.
Dit tot grote schrik van de predator. In de nacht fladderen deze nachtvlinders min of meer als vleermuizen. Op het menu staat onder andere rottend fruit, waar ze dol op zijn. Rode weeskinderen kun je vooral vanaf juli tegenkomen. De nachtvlinders rood weeskinderen zijn ook actief op zwoele middagen, want dan vliegen ze vaak in grote getalen rond boomtoppen.
De naam heeft deze vlinder te danken aan het feit dat de rode en diepzwarte zigzagbanen op de achtervleugel doen denken aan de kleren van de burgerweeshuiskinderen in Amsterdam. De kinderen moesten deze kleuren in hun kleren hebben, omdat deze kleuren ook voorkomen in het wapen van Amsterdam. Maar Elske heeft iets bijzonders gefotografeerd, want zij heeft de paring vastgelegd van twee rood weeskinderen. Dag- en nachtvlinders paren door met hun achterlijven tegen elkaar te gaan zitten en kunnen daarbij urenlang aan elkaar vastzitten
Op de tweede foto staat heel duidelijk een rode Amerikaanse rivierkreeft. Deze invasieve soort heeft iets bijzonders ten opzichte van onze inlandse soorten, want zij kunnen tijdelijk even zonder water en onze inlandse rivierkreeften kunnen dat niet. Dit betekent dat als de concurrentie te groot wordt of er te weinig voedsel zit op de plek waar de rode Amerikaanse rivierkreeften zitten, ze uit het water stappen en dan het liefst met omhoog gestoken scharen over het land lopen. Je kan er via hier meer over lezen.
