Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een huzarenstukje op een achterdeur van een spin en een spinnendoder, een zeer warrige en vreemde rups met een schaapachtig uiterlijk, een invasieve exoot die onze flora en fauna opeet en een gigantisch zonnebloemhoofd dat zomaar in een tuin staat. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
De Stuifmailvraag nummer 19:
Mieren waren van oorsprong?
A. Een soort vliegende kevers.
B. Een soort kruipende muggen.
C. Een soort vliegende wespen.
D. Een soort kruipende sprinkhanen.
Stuur je antwoord naar stuifmail@omroepbrabant.nl
De winnaar krijgt de eer én een kwartetspel met veel informatie over Nationale Parken, geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.
Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord op Omroep Brabant Radio.
Huzarenstukje van spin en spinnendoder: welke spin was het?
Wim Meulendijks schreef dat hij getuige was geweest van een huzarenstukje. Hij zag hoe een insect een spin meesleepte op een opmerkelijke tocht. Eerst ging het horizontaal over de deur, daarna verticaal langs het kozijn. Vervolgens trok het insect de spin achterwaarts over de gevel naar het dak. Daar ging de tocht verder tot aan een opening in het boeiboord, waar uiteindelijk zowel de spin als het insect verdwenen.
Wim dacht dat het insect een gitzwarte metselspinnendoder was, en dat klopt. Vaak staat deze metselspinnendoder ook te boek onder de naam koolzwarte metselspinnendoder. De spin die door deze metselspinnendoder is verlamd en vervolgens naar boven wordt meegesleept, is een muurzesoog. Metselspinnendoders zijn solitaire wespen die spinnen aanvallen en verlammen met hun angel. Vooraf hebben de vrouwtjes kleine nestcellen van leem of klei gemaakt, bijvoorbeeld op stenen, in voegen van muren, op schuttingen of onder boeiboorden. Op die plekken stoppen ze de verlamde prooi in een nestcel.
De muurzesoogspin die hier de prooi is, is dus niet dood, maar verlamd en kan niet meer vluchten. Metselspinnendoders vangen spinnen niet voor zichzelf om op te eten. De spinnen dienen als voedsel voor hun larven. Soms worden de spinnenpoten afgebeten om het verplaatsen makkelijker te maken. In een nestcel legt de wesp een eitje bij de verlamde spin. De wespenlarve die uit zo'n eitje komt, eet vervolgens de nog levende spin op. De meeste spinnendoders zijn zwart, soms met rode delen en een enkele keer met witte vlekken. Er leven ongeveer 65 soorten in Nederland.
Wat voor warrig beestje heb ik gefilmd?
Mony Mulder stuurde mij een filmpje van een zeer warrige en vreemde rups en wilde graag weten welke soort het was. Het filmpje zei mij niets, want zo'n vreemde rups had ik nog nooit gezien, zeker niet vanwege de manier waarop het diertje liep. Gelukkig kon ik een redelijke foto maken van het warrige geval en die heb ik opgestuurd naar de Vlinderstichting. Na lang beraad kwamen zij met het antwoord: het gaat om de rups van de nachtvlinder het schaapje.
De rupsen van deze nachtvlinder worden maximaal 37 millimeter groot. Het bleekgroene lichaam is bedekt met een dichte vacht van fijne, golvende haren. Vanwege die harigheid en het wollige uiterlijk hebben ze de naam schaapje gekregen. Er is wel een verschil tussen de exemplaren uit het noorden en die uit het zuiden. De zuidelijke exemplaren hebben witachtige haren, terwijl de noordelijke geelachtige haren hebben. Kortom, de soort die Mony heeft gefilmd is een noordelijk exemplaar van de rups van de nachtvlinder het schaapje. Schaapjes behoren tot de familie van de nachtuiltjes. Deze nachtvlinders zijn vooral te vinden in bosrijke gebieden, parken en tuinen waar loofbomen groeien. De rupsen leven vooral op eiken en berken, omdat die hun voedsel leveren.
Is de schildpad bij de Dommel een moerasschildpad?
Ruud Klomp zag in de Dommel bij de spoorbrug tussen Liempde en Boxtel een waterschildpad en vroeg zich af of het een moerasschildpad zou kunnen zijn.
Wat hij heeft gezien, is een van de vele invasieve exotische lettersierschildpadden. De bekendste lettersierschildpadden zijn de roodwangschildpad, geelwangschildpad (zie foto) en geelbuikschildpad. Het zijn allemaal voormalige huisdieren die hier oorspronkelijk niet leefden, maar door de mens zijn gedumpt of uit vijvers zijn ontsnapt.
Helaas leven er steeds meer van deze invasieve soorten in ons land en zijn er in de loop der jaren vaker eiafzettingen van deze schildpadden waargenomen. Daarnaast werd lange tijd aangenomen dat de Nederlandse zomers te koud waren voor de eieren om succesvol uit te komen. Helaas bleek dat een vergissing, want in 2019 werd in Limbricht (Limburg) een pasgeboren juveniel (een pas uitgekomen jong) van een lettersierschildpad ontdekt. Natuurlijk ben ik nu benieuwd wat de zomer van 2026 gaat brengen aan geboortes van deze invasieve soort. Experts voorspellen dat de stijgende temperaturen en warmere zomers de kans op succesvolle voortplanting vóór 2050 aanzienlijk zullen vergroten.
De lettersierschildpadden staan op de Europese Unielijst voor invasieve exoten. Daarom mogen ze niet meer worden verkocht of geïmporteerd en is het kweken ervan verboden. Dat deze regels goed worden nageleefd, is belangrijk, want lettersierschildpadden zijn alleseters, oftewel omnivoren. Ze eten grote hoeveelheden waterplanten, waaronder ook zeldzame soorten. Daarnaast jagen ze actief op inheemse waterdieren, zoals jonge vissen, kikkervisjes, kikkers, salamanders en waterinsecten. Ook eten ze eieren van amfibieën en watervogels. Kortom: veel schade voor flora en fauna. Zet daarom geen lettersierschildpad meer uit in de natuur.
Wat kruipt er door de tuin?
Addy Brouwers zag iets door zijn tuin kruipen en vroeg zich af wat het was. Volgens mij hebben we te maken met een larve van een kortschildkever. Deze larven hebben een langwerpig, slank en gesegmenteerd lichaam met een duidelijke kop. Daarnaast hebben ze drie paar goed ontwikkelde looppoten en aan het uiteinde van het achterlijf zitten twee kenmerkende, sprietachtige aanhangsels. Die goed ontwikkelde looppoten zorgen ervoor dat deze larven heel beweeglijk zijn en direct op jacht kunnen gaan. Daardoor zijn het geen trage jagers, maar halen ze snelheden die liggen tussen die van een oorwurm en een kleine rups. De kleur varieert per soort en leeftijd, van crèmewit of geelachtig tot grijsbruin en donkerbruin. Om welke kortschildkever het gaat, kan ik niet precies aangeven, want daarvoor is de foto te onduidelijk.
Daarnaast zijn er ruim 1000 soorten grote en kleine kortschildkevers. Daarmee behoren ze tot een van de soortenrijkste insectenfamilies in ons land. Een bekende vertegenwoordiger van de grote kortschildkevers is de drie centimeter grote stinkende kortschildkever (zie onderstaande foto). Dit is een grote zwarte kever die bij bedreiging het achterlijf omhoog steekt, maar totaal ongevaarlijk is voor mensen. Je moet juist blij zijn als deze kever in je tuin aanwezig is, want het zijn felle jagers die leven van schadelijke insecten. Daarnaast zijn het slakkenverslinders, want ze zijn dol op naaktslakken en huisjesslakken, waardoor ze je planten beschermen. Een vertegenwoordiger van de kleine kortschildkevers is de recent ontdekte bleekspriethoutzwamatheta van maximaal drie millimeter, zie deze link. Deze ieniemienie kleine kortschildkever leeft in ons land op boomzwammen. De meeste kortschildkevers hebben, zoals de naam al aangeeft, korte dekschilden, waardoor een deel van het achterlijf zichtbaar is.
Waarom is mijn zonnebloem zo gevuld en dik?
Henry Maas vraagt zich af waarom zijn zonnebloemhoofd zo dik en goed gevuld is. Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat het lijkt alsof een zonnebloem één bloem is, maar het tegendeel is waar. Feitelijk zijn zonnebloemen bloemenhoofden die bestaan uit een grote verzameling van honderden tot duizenden piepkleine bloemetjes die dicht op elkaar groeien. Daarom noemen we zoiets een bloemenhoofd.
Zo'n bloemenhoofd bestaat allereerst uit opvallende gele blaadjes aan de buitenkant, die dienen als lokkertje voor insecten. Die buitenste bloemen hebben geen vruchtbeginsel of meeldraden, maar dienen puur als visueel baken. Daar komen de bestuivers als eerste op af. Ook een struik als de Gelderse roos kent zulke lokbloemen met in het midden de echte bloempjes (zie foto).
Verder is het bloemenhoofd gevuld met heel kleine, vruchtbare bloempjes vanaf de rand tot in het hart van het hoofd. Na bestuiving groeien deze vruchtbare bloempjes uit tot de bekende zonnebloempitten.
In de loop der tijd zijn er veel variaties van zonnebloemen gekweekt met verschillende bloemenhoofden. Waarschijnlijk heeft Henry een van de volgende zonnebloemtypen:
• Titan: Dit ras staat erom bekend dat het niet per se de allerhoogste stengel krijgt, maar wel een van de grootste en dikste bloemkoppen. De koppen kunnen met gemak een diameter van 45 tot 60 centimeter bereiken.
• Mongolian Giant: Een absolute favoriet onder wedstrijdkwekers. Deze plant produceert een massieve, dikke kop gevuld met extra grote zonnebloempitten.
• Mammoth Grey Stripe: Dit klassieke reuzenras krijgt een zware, goedgevulde schijf die topzwaar wordt van de honderden gestreepte zaden.
