65 jaar geleden zette Marie van der Schans Sprang-Capelle op gruwelijke wijze op de kaart door twee boerenbroers, Antoon (74) en Hendrik (72) van Zelst, te vermoorden. Nabestaanden vinden dat hij eigenlijk niet twee, maar drie broers van het leven beroofde. En het zou ook niet de laatste keer zijn dat deze moordenaar van zich liet horen.
Op zaterdag 2 september 1961 valt het mensen in de omgeving op dat er geen melkbussen voor het huis van Antoon en Hendrik van Zelst staan en de luiken gesloten zijn. En dat is niks voor de broers, zo staat in een uitgebreide reconstructie van de dubbele moord in 2020 door Koos Nieuwenhuizen van Heemkundevereniging Sprang-Capelle.
Bezorgde buurtbewoners nemen later die dag samen met de politie en de dokter een kijkje in hun boerderij aan Oosteind 28 en komen tot een schokkende ontdekking. De broers zijn op afschuwelijke wijze vermoord. De mannen zijn met een ijzeren gewicht van twee kilo de schedel ingeslagen en Antoon blijkt ook nog gewurgd te zijn.
De politie beschouwt al snel hun broer Dirk, die samen met zijn vrouw en zoon naast hun boerderij woont, als belangrijkste verdachte. En dat gaat hem niet bepaald in de koude kleren zitten.
Maandag 4 september wordt hij voor verhoor meegenomen naar het politiebureau. Zijn dochter Dir krijgt een belletje om tussen de middag brood te brengen op het bureau en haar vader keert pas 's avonds om half zes weer terug. Hij blijkt een gebroken man. "Ze zeggen dat ik het heb gedaan", stamelde hij keer op keer tegen zijn dochter. Voor zijn zoon Piet staat vast dat Dirk nooit meer de oude is geworden. "De dader heeft geen twee mensen vermoord maar drie."
Na een paar dagen wordt echter duidelijk dat niet Dirk, maar Marie van der Schans verantwoordelijk is voor de moorden. Hij had 550 gulden van ze geleend en de broers eisten hun geld op. Dat zorgde ervoor dat bij hem de stoppen doorsloegen. Na de dubbele moord probeerde hij hun huis in de fik te zetten, maar dat mislukte. Twee lucifers werden gevonden en na het besnuffelen van die zwavelstokjes wees een politiehond Marie aan als dader.
Marie wordt in eerste instantie tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar blijkt later een hersenafwijking te hebben. Dat zorgt ervoor dat zijn straf wordt teruggebracht naar acht jaar, maar hij blijft de rest van zijn leven onder toezicht staan.
Directeur ging bijna over balustrade
Hij zat vast in de koepelgevangenis in Breda, maar daar liet hij al snel van zich horen. Op 13 december 1963 klauterde een gevangene tot aan de nok van het gebouw, uit protest tegen de manier waarop de gevangenen werden behandeld. De adjunct-directeur klom ook naar boven en probeerde hem te kalmeren. Maar hij had buiten Marie gerekend. Die greep hem vast en probeerde de directeur over de balustrade te kieperen. Iets dat maar ternauwernood mislukte.
Marie moest naar de Rijkspsychiatrische inrichting in Eindhoven en maakte ook daar snel naam. Samen met een andere gedetineerde brak hij op 16 januari 1964 een deur open en vluchtte de omliggende bossen in. Al snel werd ontdekt dat ze ontbraken en zette de directeur een grote klopjacht op poten. Slechts twintig minuten later werd het duo opgepakt in Best.
Marie zat zijn straf uit, kwam vrij en leidde daarna een zwervend bestaan. Op 11 maart 1996 is hij overleden en begraven in Sprang-Capelle. Tot op de dag van vandaag wordt zijn graf regelmatig vernield, omdat 65 jaar na zijn moordpartij het dorp hem nog steeds niet heeft vergeven.

