Wie de zolder van de Jacobushoeve in Vessem oploopt, stapt zo'n beetje letterlijk de geschiedenis binnen. Hier, onder de eeuwenoude houten balken van de nok, bevindt zich een schat aan spullen uit het vroegere Vessem, Wintelre en Knegsel. Heemkundevereniging De Hooge Dorpen bewaart er al 26 jaar alles wat herinnert aan het verleden.
Het is de vaste ontmoetingsplek van de vijf vrijwilligers én de plek waar bezoekers welkom zijn. Maar door de onveilige situatie in het pand moet de heemkundevereniging noodgedwongen uitkijken naar een ander onderkomen. En dat valt nog niet mee.
Beneden in de Jacobushoeve is het aangenaam koel. Maar wanneer je de houten trap beklimt richting de Heemzolder, stijgt de temperatuur in rap tempo. "Ja, het wordt hier in de zomer flink warm", beaamt de 77-jarige Harrie van Son, voorzitter van de Hooge Dorpen. "En als je hier in de winter komt, dan vriezen je tenen er zowat vanaf."
De langgevelboerderij in Vessem is een oudje en werd al in 1810 bewoond. Honderden jaren wist het rijksmonument de tand des tijds te doorstaan, maar inmiddels is duidelijk dat het pand niet aan de huidige veiligheidseisen voldoet. De draagkracht van de vloer op de zolder is niet meer toereikend en ook de isolatie laat te wensen over. "Wat kan zo'n vloer op een gegeven moment nog hebben, hè", peinst Harrie.
"De stookkosten vliegen de pan uit, want heel veel warmte gaat verloren door de slechte isolatie", vertelt hij. "Het is de bedoeling dat de vloer hier wordt geïsoleerd, zodat de warmte niet langer naar boven verdwijnt. Maar daarna is de zolder eigenlijk niet meer toegankelijk. Daarom kunnen we als vereniging niet langer blijven."
Boven is de 70-jarige Kees Huijbers aan het rommelen in de papieren. Een lange grijze baard heeft hij, eelt op de vingers en een grenzeloze passie voor de geschiedenis van dit stukje Kempen. Al veertig jaar is Kees actief bij de heemkundevereniging. Rond middernacht stapt hij in bed, slaapt een paar uur, staat op en duikt weer in de geschiedenis van zijn geliefde streek. En dat zeven dagen per week.
"Dit is mijn grote liefde", zegt Kees. "Mijn vrouw heeft me verlaten, maar daar kan ik mee leven. Zij wilde graag met vakantie, maar voor mij hoeft dat allemaal niet. Nu ik alleen ben, kan ik me volledig wijden aan wat zich hier in de dorpen vroeger allemaal afspeelde. Daar hangt mijn hele leven aan vast, daarvoor hoef ik niet naar Spanje of Amerika."
Het voelt alsof ze afscheid moeten nemen van een plek die het verleden levend houdt. Tussen de oude balken en het krakende hout hadden duizenden foto's, boeken, munten en bidprentjes jarenlang een passend onderkomen. Toch overheerst niet alleen de weemoed.
"Belangrijkste is dat we een goed alternatief vinden. Het liefste een plek ergens op de begane grond, waar mensen ons makkelijker kunnen vinden, en die beter bereikbaar is, ook voor onszelf. Die trap naar de zolder gaan we in ieder geval niet missen, want het is een flinke klim en we worden er met z'n allen niet jonger op", zegt Harrie. Kees is het daar roerend mee eens. "We moeten naar de grond, daar ben ik van overtuigd."
Waar de collectie straks naartoe kan, is nog altijd de vraag. Een oproep in de dorpsbladen leverde niets op en geschikte ruimtes liggen niet voor het oprapen. "We hadden een hele mooie plek op het oog, een oude basisschool hier in Vessem. Het pand is voor driekwart in gebruik als tandartspraktijk, en dat laatste stukje was precies groot genoeg voor ons. Helaas grepen we nét mis, want de tandarts wil uitbreiden."
Voorlopig hoeft de heemkundevereniging de dozen nog niet in te pakken. De zoektocht naar een nieuwe plek gaat door, maar vanuit de Jacobushoeve krijgen de vrijwilligers de tijd. "We hoeven hier pas aan het eind van het jaar uit. En als we dan nog niets hebben gevonden, zijn ze gelukkig flexibel", vertelt Kees.