Bijna 150 jaar ging het verhaal al rond in Mierlo. Napoleon zou in het dorp ooit een kastanjeboom hebben geplant en daaronder een kruikje hebben begraven. Omdat hij de Mierlonaren zo aardig vond. In de jaren 60 van de vorige eeuw haalden brandweermannen Sjef Verbruggen en Frans van de Kimmenade een grap uit die zijn weerga niet kende. 

Sjef Verbruggen en Frans van de Kimmenade maakten Mierlo vroeger behoorlijk onveilig. "Eigenlijk was de brandweer hier vroeger altijd aan het kloten", zegt kleinzoon Koen van de Kimmenade. De twee haalden veel grapjes uit en de brandweermaten zaten regelmatig gezellig in de kroeg. "Mijn opa was een man die overal wel voor in was", zegt kleinzoon Jos Verbruggen.

Zo ook in 1964. De gemeente wilde de oude kastanjeboom, die op de hoek van de Dorpsstraat en de Prelaat Brantenstraat stond, omkappen. Het was de boom waaronder Napoleon dat kruikje begraven zou hebben. Toen Sjef en Frans een kruikje in de kroeg, verderop in de straat, hadden leeggedronken, kregen ze een reuzenidee.

"Een familielid van ons kende Latijn", lacht Koen van de Kimmenade. "Die heeft toen een tekst geschreven voor in het kruikje." Beide brandweermannen togen daarop naar de boom en begroeven het kruikje onder de wortels. "Het brak ook nog eens", zegt Jos Verbruggen. "Dus hebben ze het snel aan elkaar gelijmd."

Toen arbeiders in januari 1964 de bijl in de de boom zetten, kwam het kruikje boven en was de opwinding in Mierlo groot. De burgemeester en de gemeentelijk archivaris waren in hun nopjes met de vondst. Die zou Mierlo wel eens goed op de kaart kunnen zetten. Ze dachten met een historisch document uit de Franse tijd onder Napoleon te maken te hebben.

Volgens een krantenknipsel uit dat jaar stond in de tekst dat de boom hopelijk 'voortdurend zal groeien en beschutting zal geven'. Het document was, net als de kruik, voorzien van een lakzegel en ondertekend met de naam Canbier, zo schreef de krant. Het duurde enkele uren voordat de burgemeester iets doorkreeg.

Toen de landelijke televisie was gebeld, besloten de brandweermannen hun grap op te biechten. "Toen de filmploeg in aantocht was, vonden ze het te ver gaan", zegt Koen. "Mensen waren woedend", lacht Jos. "Mijn opa had een tankstation", zegt Koen. "De archivaris was zo kwaad dat hij nooit meer bij mijn opa is komen tanken."

Of er ooit beelden zijn gemaakt of het item op tv is uitgezonden, is niet helemaal duidelijk. Maar het verhaal kreeg dankzij heemkundekring Myerle wel een plaatsje in de canon van Mierlo.

Inmiddels is de kastanjeboom verdwenen en is er evenmin iets  te vinden van het kruikje van Napoleon (of zou er misschien toch nog iets onder de grond van het nu drukke kruispunt liggen?). Alleen de herinnering aan de twee brandweermannen is nog springlevend.

"Ook wij houden van een flinke grap in de familie", zegt Koen. "Dan denk ik altijd: van wie zouden we het toch hebben?"

Jos Verbruggen lijkt inmiddels als twee druppels water op zijn opa, de smid van het dorp. "Een snoeihard werkende man."

Maar beide opa's waren ook sjacheraars, zeggen Koen en Jos. "Ze kregen altijd een premie als ze een brand hadden geblust", zegt Jos. "Maar ze waren niet te beroerd om daarna de brand nog een keer aan te steken, zodat ze een dubbele premie konden opstrijken."