Ida Welbers (67) uit Lierop en haar man Frank runden samen café-zaal De Monsignieur in het centrum van Asten en genoten met hun kinderen van vakanties. "We hadden het goed met elkaar", denkt Ida terug. Tot het in 2005 misging: Frank overleed plotseling aan een hersenbloeding. Twintig jaar later houdt Ida de herinnering aan hem nog altijd levend.    

"Het was door en door een goede kloot", zegt Ida over haar man, die oorspronkelijk uit Vierlingsbeek kwam. Ze leerde hem kennen toen ze 27 was. Samen kregen ze twee kinderen, Marco en Ellen.

Blind vertrouwen
Frank had humor, was nuchter, geduldig en altijd een luisterend oor. Ida en Frank hoefden elkaar maar aan te kijken en wisten dan al genoeg, blikt Ida terug.

Dat hielp ook bij het runnen van hun eigen zaak. De rollen waren goed verdeeld: Ida stond vooral in de cafetaria en Frank in het café. "Dat liep als een trein", zegt ze. "We wisten precies wat we aan elkaar hadden. We konden blind op elkaar vertrouwen."

Echte kastelein
Van ruzie moest Frank niets hebben. Hij was een tengere man, maar 'voor de duvel niet bang'. In de elf jaar dat ze de zaak hadden, greep Frank één keer in. "Iemand was een relletje aan het maken. Toen is hij over de bar gevlogen en greep hij hem mee naar buiten", weet Ida nog goed.

Mensen kenden Frank. Dat is ook niet gek als 25 verenigingen De Monsignieur als thuishonk hadden. Cafégasten zouden hem volgens Ida omschrijven als 'correct en heel zorgzaam'. "Als klanten zeiden: 'Wij zijn de koning in de zaak', dan zei hij: 'En wij zijn de keizer.' Hij zette mensen op zijn manier op hun plaats. Hij was een echte kastelein."

Noodlottig najaar
In het najaar van 2005 ging het mis. Frank keek al een paar dagen niet goed uit zijn ogen. "Wat vanzelf komt, gaat ook weer vanzelf weg", zei hij toen. Maar toen hij in de keuken zat, zag Ida dat het niet goed was. Ze vroeg haar zoon om 112 te bellen en belde zelf snel de huisarts.

Frank raakte plots in paniek en Ida zag dat het echt foute boel was. Haar man had een hersenbloeding. "Toen wist ik al dat het einde oefening was. Ik ben ervoor gegaan dat Frank waardig zou sterven. Hij mocht niet lijden."

Met loeiende sirenes ging hij naar het ziekenhuis. Later kreeg hij er een tweede hersenbloeding bovenop. Artsen konden niets meer voor hem doen: hij zou nooit zonder beademing kunnen leven, kreeg Ida te horen. "Dit zou hij gewoonweg niet willen. Dat vond hij zo erg", zegt ze. Frank had altijd tegen haar gezegd: "Ida, trek alsjeblieft de stekkers eruit als ik zo kom te liggen."

Leven gaat door
Ida mist hem ruim twintig jaar later nog steeds. Vooral aan zijn geduld denkt ze vaak terug. "Ik ben gejaagd en hij deed altijd rustig aan. Dat gaf me ook rust."

Haar wereld stond in de jaren daarna niet stil. Zeven maanden na Franks dood moest ze de zaak noodgedwongen sluiten. Daar heeft ze veel moeite mee gehad. "Dat was een moeilijke situatie. Frank zou dat nooit zo gewild hebben." Later werd ze opnieuw verliefd en hertrouwde ze. "Ik heb nooit gedacht dat ik voor de derde keer weer een fijne man zou vinden. Ik heb ontzettend veel geluk gehad in de liefde."

Ida ging in Lierop wonen en werd oma. Een van haar kleinkinderen heeft met zijn donkere haar en donkere ogen iets weg van Frank. "Ik vraag me weleens af hoe Frank geweest zou zijn als opa. Hij deed altijd zo leuk met kinderen."

Organen gedoneerd
Frank gaf om andere mensen. Dat bleek ook in 1998: toen het donorregister werd ingevoerd, meldde hij zich meteen aan. "Ze mogen alles hebben", zei hij. Na zijn dood zijn zijn organen gedoneerd en Ida heeft daar altijd positief naar gekeken. "Zo leeft hij nog ergens een beetje voort."

Nog altijd geeft Ida voorlichting op scholen over Frank en zijn orgaandonatie. Soms vragen mensen haar waarom ze dat jaren later nog steeds doet. "Dan zeg ik: Frank is twintig jaar dood. Wie herinnert zich hem nog? Zijn kinderen, ik en zijn moeder. Zo kan ik hem nog op een voetstuk plaatsen."