Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een bedreigde nachtvlinder, een bodemwants, een plant die plotseling in de tuin staat, een prachtige foto van een roofvlieg en een grote rups met een heel opvallende kleur.  Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Welke plant is plotseling in mijn tuin gaan groeien?
José de Jongh stuurde mij een foto van een plant of gras - zo noemde ze het - die onverwacht in haar tuin was gaan groeien. Ze wil graag weten wat voor plant het is. Volgens mij is er een zeldzaamheid gaan groeien in haar tuin. Het is zeker geen gras. De naam van de plant is namelijk hangende zegge, uit de cypergrassenfamilie. Deze kruidachtige planten familie heeft een gras- of rusachtig uiterlijk - zoals de pitrus op onderstaande foto - en komt wereldwijd voor. De meeste planten van deze familie groeien voornamelijk in natte omstandigheden. 

Een bekend familielid van deze cypergrassenfamilie is het ook in Nederland voorkomend veenpluis. Die staat op de foto hieronder.

De zeggefamilie staat bekend om het getal drie. Dit komt door de zeer specifieke botanische kenmerken van de plant. Ze hebben namelijk een driekantige stengel, drie rijen bladeren en drie stempels. Hangende zegge staat op de Nederlandse rode lijst van planten. het is namelijk een soort die vrij zeldzaam is. Je kunt hangende zegge tegenkomen op natte ondergronden langs bronnen en beekjes in loofbossen. Ze worden van vijftig tot honderdvijftig centimeter hoog en hebben korte, ondergrondse wortelstokken. Heel bijzonder is het urntje (het vruchtje waarin het zaad zit), want dat is voorzien van een mierenbroodje wat als lokaas dient. Mieren worden aangetrokken door het voedzame aanhangsel en slepen het vruchtje met mierenbrood mee naar hun nest. Eenmaal in het nest eten ze het mierenbroodje op en laten het zaadje onbeschadigd achter, waardoor de hangende zegge zich verder verspreidt. Zo gaaf!

Is dit de rups van de teunisbloempijlstaartvlinder?  
Chris Bonte zag een diertje in zijn tuin in Den Bosch wat hij nog nooit gezien had. Snel pakte hij zijn telefoon om er filmpjes en foto's van te maken. Op basis van internet meende hij dat het ging om de rups van de teunisbloempijlstaartvlinder. Dat klopt honderd procent. Het is een grijze rups met zwarte stippen en een vlek die op een oog lijkt. Deze rups en nachtvlinder zijn de enigszins zeldzamere soorten van de bekende pijlstaartenfamilie, waartoe bijvoorbeeld ook het groot avondrood behoort. 

Teunisbloempijlstaarten werden in 1996 voor het eerst aangetroffen in Zuid-Limburg. Sinds die tijd worden ze steeds vaker waargenomen. Men vermoedt dat dit te maken heeft met de klimaatverandering. Je ziet dan ook veel meer teunisbloemen in het straatbeeld en in tuinen.

In principe kun je de rupsen tegenkomen vanaf juni. Wat heel snel opvalt, is dat de rupsen van de teunisbloempijlstaarten niet de kenmerkende pijl, ook wel staartje of stekel genoemd, op het achtereind van hun lichaam hebben. Wel valt meteen een groot opvallend oog' (matgele vlek) aan de achterkant van het lichaam op. Dat 'oog' dient voor het afschrikken van vijanden. Die moeten hierdoor denken dat er een gevaarlijk dier ligt. Na zich volgegeten te hebben, kruipt de rups de grond in en overwintert daar als pop. Vanaf mei kruipen de vlinders uit de grond.

Wat is dit voor een beestje?
Anoek Bijl vond een beestje in haar tuin in Heerewaarden. Ze ging op zoek naar de naam. Helaas kon ze die niet vinden. Ik snap wel een klein beetje hoe dat komt. Wat ze gespot en gefotografeerd heeft, is een bodemwantsensoort in nimfvorm. Deze nimf moet nog helemaal uitkleuren en dan kan je zien tot welke bodemwantsensoort het diertje behoort. Nu is dat lastiger. We kennen in ons land 92 soorten bodemwantsen, die voornamelijk op of vlak boven de grond leven. De meest bekende en opvallende soorten zijn de prachtridderwants, zie de foto hieronder, en de iepenridderwants. 

De in ons land bekende bodemwantsen voeden zich met zaden en leven op de planten of op de bodem. Sommige van de Nederlandse bodemwantsen kunnen schadelijk  zijn voor de landbouw. Vaak zijn de bodemwantsen specialisten op bepaalde soorten planten, zoals op granen. De grauwe schildwants en de bruingemarmerde schildwants prikken de graankorrels aan. Dit leidt tot lichte vlekken met donkere prikplekken in het midden.

Deze actie zorgt er voor dat meelkwaliteit van die graankorrels snel flink achteruit gaat. Gelukkig is het hebben van bodemwantsen in tuinen geen probleem. Ze leven voornamelijk verborgen in de strooisellaag en in de grond. Ze voeden zich vooral met afgevallen zaden, plantensappen en soms dode insecten. In de meeste gevallen richten ze geen merkbare schade in je tuin aan en zijn ze juist een nuttig onderdeel van het bodemleven.

Is dit een roodbaardroofvlieg?
Loes Teunissen maakte een werkelijk schitterende foto van een van de roofvliegen in ons land. Zowel Loes als ik dacht dat het om een roodbaardroofvlieg, zoals op de foto hieronder, ging. Maar we dachten ook allebei dat het weleens een gewone roofvlieg zou kunnen zijn. Dus ben ik verder gaan speuren en ben ik de twee soorten roofvliegen met elkaar gaan vergelijken. Nu blijkt dat de roofvlieg van Loes een witte baard heeft en geen rode baard, dus is het niet de roodbaardroofvlieg, maar de mooie gewone roofvlieg.

Gewone roofvliegen behoren tot de grote familie van de roofvliegen, waarvan er inmiddels 7100 soorten beschreven zijn over heel de wereld. Al deze roofvliegen worden gekenmerkt doordat ze drie bijogen hebben. Deze bijogen zitten tussen hun twee facetogen. Daarnaast vallen hun sterke spinachtige poten en borstelsnor heel erg op. Tot slot hebben al deze roofvliegen een korte sterke zuigsteeksnuit waarmee zij hun prooi, in dit geval op de foto hieronder een groene vleesvlieg, steken en tegelijkertijd een verlammende stof (enzymen) inspuiten. 

Na een tijdje worden dan de ingewanden van die groene vleesvlieg vloeibaar en dan zuigt de gewone roofvlieg het slachtoffer leeg. Voor mensen zijn gewone roofvliegen ongevaarlijk. Gewone roofvliegen komen vooral voor op zandgrondgebieden en zijn dan te vinden langs zon beschenen bosranden, op heidevelden en op open plekken in het bos. Op die plekken wachten ze in een hinderlaag op hun prooi, die ze tijdens de vlucht vangen.

Waarom heeft deze rups zo’n opvallende kleur?
Tijdens een wandeling door Breda kwam Jip Bierkens een enorme rups tegen. Hij wil graag weten welke rups het is en waarom deze rups zo’n felle kleur heeft. Deze felle kleuren, felgroen met paarse en witte dwarsstrepen, dienen voor deze rupsen als camouflage en voor afschrikking. De felgroene basiskleur lijkt in eerste instantie opvallend, maar vormt tussen de groene bladeren van de waardplant, zoals liguster en sering, juist een uitstekende schutkleur. Daarnaast breken de schuine witte en paarse strepen op de flanken van de rups de vorm van zijn lichaam optisch op. Dit zorgt voor een natuurlijk 'schaduweffect', waardoor roofdieren zoals vogels de rups minder snel als een smakelijke prooi herkennen. Op het eind van het lichaam van de rups zie je een zwarte punt of pijl dus hebben we te maken met een lid uit de pijlstaartfamilie. De naam is ligusterpijlstaartrups. Zoals de naam al verraadt, komt deze maximaal negen centimeter lange rups vooral voor op en in ligusterstruiken of -hagen. Daarnaast zie je ze ook wel eens eten van andere struiken zoals sneeuwbal, Gelderse roos, vlier en sering. Soms zelfs van de bladeren van essenbomen. Je kunt deze ligusterpijlstaartrupsen tegenkomen van juli tot begin november. Daarna kruipt de rups de grond in om daar te overwinteren als pop. Bij de Vlinderstichting hebben ze tot tweemaal toe ligusterpijlstaartrupsen ontdekt op een diepte van meer dan dertig centimeter. Later komt uit de pop een prachtige nachtvlinder gekropen: de ligusterpijlstaartvlinder.