De vijf pluimveehouders die hun vergunning dreigen te verliezen, wisten niet hoeveel minder stikstof ze moeten uitstoten om hun bedrijf te behouden. De boeren maakten plannen waarmee ze die uitstoot wilden verminderen, maar die plannen blijken onvoldoende om aan de regels te voldoen. Saillant is dat de provincie hen ook nooit heeft verteld hoe groot de verduurzaming moest zijn om hun vergunningen te behouden, zo blijkt uit onderzoek van Omroep Brabant.
Volgens de rechter moet er binnen een jaar ‘substantiële reductie’ van de stikstofuitstoot zijn, omdat de grote veehouderijen schadelijk zijn voor omliggende kwetsbare natuur. Maar wat die ‘substantiële reductie’ is, heeft de provincie nooit uitgelegd.
De rechter vond het intrekken van de vergunningen heel ver gaan. Daarom droeg hij de provincie, de boeren en milieuorganisaties op samen om tafel te gaan. Onderdeel daarvan was dat de boeren met plannen kwamen die zouden leiden tot ‘substantiële reductie’ van hun stikstofuitstoot.
'College moet nog een standpunt innemen'
Maar wat dat dan inhoudt, is nooit duidelijk geworden. Al tijdens gesprekken tussen provincie en boeren werd dit meermaals aangekaart, blijkt uit gespreksverslagen, e-mails en documenten die de provincie openbaar heeft gemaakt. Zo schreef de advocaat van de boeren in een mail op 25 september 2025: “Gedeputeerde Staten dienen hun verantwoordelijkheid te nemen en kan niet alles op het bord van (de naam van de boer is zwart gelakt) leggen zonder dat zij ook maar enigszins weet heeft van wat Gedeputeerde Staten voor ogen hebben."
Volgens de advocaat kan de boer zo geen kant op: "Deze houding van Gedeputeerde Staten maakt het voor (de naam van de boer is zwart gelakt) redelijkerwijs onmogelijk om verdergaande maatregelen te laten uitwerken.”
Uit een gespreksverslag van 3 september 2025 blijkt eveneens dat de provincie zelf niet wist hoeveel stikstofreductie voldoende zou zijn: “Over een daling waarmee het college akkoord zou kunnen gaan, moet het nog een standpunt innemen.”
Op voorhand geen vaststaand percentage
Op vragen van Omroep Brabant bevestigt de provincie dat er op voorhand geen vaststaand percentage was waaraan de boeren in hun plannen moesten voldoen.
De provincie benadrukt dat de boeren zelf met plannen moeten komen. “De ondernemer bepaalt de plannen, de provincie toetst de plannen." Wel zijn de boeren gedurende het proces gewezen op de opdracht van de rechter om forse stappen te nemen om de natuur te beschermen.
"Op basis van onze beoordeling is geconcludeerd dat de voorliggende plannen onvoldoende waren", zegt de provincie.
Van de rechter mag de provincie de boeren niet meer dan 85 procent van hun stikstofruimte afnemen, net zoals bij landelijke uitkoopregelingen. Onderdeel van die regelingen is bovendien dat er met de overgebleven 15 procent ruimte geen veehouderij meer mag plaatsvinden op het bedrijf. “15 procent restemissie in de vorm van ammoniak zorgt bij grote gebiedsbelasters zoals deze vijf bedrijven nog steeds voor een relevante depositie”, zegt de provincie.
Dieren blijven houden waarschijnlijk niet mogelijk
Daarmee lijkt uitgesloten dat de boeren dicht op kwetsbare natuur nog door kunnen met hun grote veehouderijen. Maar geen van hen is van plan daarmee te stoppen, blijkt uit hun plannen.
De provincie is van plan om op 1 oktober te starten met de intrekkingsprocedures. Tot die tijd is ze nog in gesprek met de vijf boeren, in een ‘ultieme poging’ om toch nog tot oplossingen te komen. Ook daarna zijn er nog mogelijkheden om met alternatieve plannen te komen. Volgens het college is momenteel 'niets onomkeerbaar', maar blijven de mogelijkheden zeer beperkt.
Hoeveel de bedrijven moeten verduurzamen, heeft de provincie inmiddels in kaart. Dat reductiedoel wordt gedeeld met de boeren waar het om gaat. Wat dat doel precies is, wil de provincie voorlopig niet openbaar maken.
