Zeelieden die maanden van huis zijn, kunnen in de haven van Moerdijk even op adem komen in het Zeemanshuis. Ze drinken er een drankje, spelen een spelletje of zingen karaoke. Havenpastors Jan Willem Ester en Kabelo Lekala staan er met een groep vrijwilligers vier avonden per week voor hen klaar. Het Zeemanshuis bestaat al meer dan twintig jaar.

Het huis is bedoeld voor bemanningsleden van grote zeeschepen en moet voor hen een 'thuis ver van huis' zijn. Het ontstond ooit toen de bemanning van een schip in de haven aan haar lot werd overgelaten, vertelt Ester aan ZuidWest Update. De kerk bracht de bemanning toen eten, drinken en andere spullen.

Met het busje
's Middags rijden Ester en Lekala langs de schepen in de haven. Ze vragen of bemanningsleden langs willen komen. "We gaan ze dan later ophalen met een busje", legt Ester uit.

Eenmaal binnen is aan van alles gedacht. "Een drankje of snackje, en soms willen ze graag boodschappen doen. Dan gaat er een chauffeur met hen mee", zegt Lekala. Er staan een tafeltennistafel en een biljart, en er zijn verschillende spelletjes. Maar vooral de karaoke valt bij veel zeelieden in de smaak.

Kleding en souvenirs
Niet alle zeelieden zijn op de kou gekleed. "Als Filipijnen aan boord komen en het is juni en je bent negen maanden weg, komt er een winter aan. Daar zijn zij niet op gekleed", zegt Lekala. Er is dan ook een heus kledingwinkeltje uit de grond gestampt. "Wij hebben kleding die ze voor 1 euro mee kunnen nemen. Dat vinden ze geweldig." Ook souvenirs vinden gretig aftrek.

 

"Wat ik me herinner, is dat ze bedanken voor de mooie avond", zegt Lekala. "Zeeschepen zien er groot uit, maar stel je voor dat je erop moet wonen en er niet af kunt. Het meeste is laadruimte."

Een beetje thuis
Lekala vindt het mooi dat hij bemanningsleden een fijne tijd kan geven. Vooral met Filipijnse zeelieden heeft hij snel een band. "Ik kan basis-Filipijns spreken, dus dan maak ik een fijne verbinding. Het voelt voor hen dan een beetje als thuis."

Ester en Lekala gaan ook aan boord van de schepen voor een gesprek. "Je ziet soms schrijnende gevallen", vertelt Ester. "Zo was er een man die vertelde dat zijn vader die ochtend gecremeerd was. Daar kon hij dus niet bij zijn." De havenpastors helpen ook met praktische zaken, zoals het regelen van een simkaart.

In het Zeemanshuis komen bemanningsleden uit allerlei landen. Dat maakt het werk volgens Ester en Lekala juist zo bijzonder: je ontmoet mensen uit de hele wereld en je horizon wordt veel breder. Bovendien bestellen we met z'n allen heel veel, zeggen ze, en daarom moeten die schepen naar ons toe komen. Dus is het ook aan ons om voor de bemanning te zorgen.

Strengere beveiliging
Ester en Lekala merken dat het voor zeelieden moeilijker wordt om van boord te gaan. De beveiliging in de haven is de afgelopen jaren flink opgeschroefd. Soms moeten bemanningsleden zelfs betalen om 's avonds van boord te kunnen. Daardoor wordt een bezoek aan het Zeemanshuis een stuk lastiger.

Volgens de havenpastors heeft de extra beveiliging te maken met ontwikkelingen in de haven, zoals de grote drugsvondsten in Moerdijk. Het zijn volgens hen vaak de zeelieden die daaronder lijden.

Een eigen huis
Ester en Lekala komen op voor de bemanningsleden. "Zij hebben recht om aan land te gaan." Toch moeten ook de havenpastors zich aan de strengere regels houden.

Ze hopen het Zeemanshuis in de toekomst verder uit te breiden. Nu delen ze het gebouw nog met de Zeeverkenners, waardoor ze maar beperkt open kunnen. "Wij dromen nog van een eigen huis, zodat we de hele week open kunnen."