Heeft hij de fik aangestoken of is hij er keihard ingeluisd door de nazi's? We zullen het nooit zeker weten. Vaststaat dat de brand die in 1933 het Duitse parlementsgebouw in de as legde, de in Den Bosch opgegroeide Marinus van der Lubbe letterlijk de kop kostte. In 1934 werd de toen pas 24-jarige, grotendeels blinde metselaar in Leipzig onthoofd met een guillotine.
Marinus wordt op 13 januari 1909 geboren in Leiden. Het gezin leeft in bittere armoede en besluit te verhuizen naar Den Bosch als hij vier jaar oud is. Zijn moeder, Petronella, komt daarvandaan en kent de weg. Ze verdient de kost als marskramer, met de verkoop van garen, elastiek en knopen en schraapt daarmee haar schrale kostje bij elkaar.
Tot zijn twaalfde woont Marinus in de Brabantse hoofdstad, al verblijft het gezin in die periode ook enige tijd in Sprang-Capelle. In 1921 overlijdt Bossche Pietje, zoals de bijnaam van zijn moeder luidt.
Notoire zuiplap
Van zijn vader moet hij het niet hebben. Dat is een notoire zuiplap die maar weinig omkijkt naar zijn kinderen. In 1922 besluit de plaatselijke predikant in te grijpen en hij krijgt het voor elkaar vader uit de ouderlijke macht te zetten. Marinus belandt samen met twee broers in dit bijzondere gebouw in Etten-Leur dat destijds dienst deed als kindertehuis.
Na een paar maanden vindt hij onderdak bij het gezin van zijn halfzus in Oegstgeest, een dochter van zijn moeder uit haar eerste huwelijk. Hij volgt een opleiding tot metselaar. Hoogstwaarschijnlijk kost een uit de hand gelopen grap op de bouwplaats hem zijn gezichtsvermogen. Collega's trekken een zak kalk over zijn hoofd en dat bijtende goedje zorgt ervoor dat hij een groot deel van zijn gezichtsvermogen verliest.
Ruiten ingooien
Marinus besluit naar Leiden te verhuizen en moet rondkomen van een kleine uitkering die hij ontvangt vanwege zijn arbeidsongeschiktheid. Hij sluit zich aan bij de Communistische Jeugd Bond. Regelmatig gaat hij de straat op om te demonstreren, belandt meerdere keren in de bajes en zit verschillende gevangenisstraffen uit. Onder meer omdat hij ruiten ingooit van de sociale dienst uit protest tegen zijn schamele uitkering van 7,44 gulden per maand .
In 1931 neemt onze activist de benen en vertrekt richting Moskou, naar de communistische heilstaat. Maar verder dan Polen komt hij niet.
In 1933 reist hij naar Berlijn waar Adolf Hitler net de macht heeft gegrepen. Op 27 februari breekt brand uit in het Rijksdaggebouw en wordt Marinus verward en half ontbloot in het gebouw gevonden. Hij zou meteen hebben toegegeven schuldig te zijn. Samen met vier andere communisten wordt hij vervolgd.
Zijn kop rolt
Tijdens de rechtszaak oogt hij versuft, mompelt antwoorden en zit hij in de zaal met zijn hoofd naar beneden en hangende schouders. Als enige wordt hij veroordeeld, tot de doodstraf. Op 19 januari 1934 rolt zijn kop nadat de guillotine zijn gruwelijke werk heeft gedaan. Ondanks protest van zijn familie wordt hij in Duitsland begraven. Voordat zijn lichaam onder de aarde verdwijnt, wordt zijn hoofd voor de volledigheid nog aan zijn romp genaaid.
Al snel rijzen er grote vraagtekens over wat er nu precies is gebeurd bij de brand. De vermoedens dat de nazi's zelf het gebouw in de fik hebben gezet en Marinus als zondebok hebben gebruikt, groeien. In 2007 wordt door een Duitse rechter uiteindelijk zijn doodsvonnis opgeheven en daarmee feitelijk zijn naam gezuiverd.
Ondertussen zijn er dan al de nodige herdenkingsuitingen verschenen in Leiden. Zo krijgt Marinus zijn eigen hof en een plaquette.
In 2019 wordt de verklaring ontdekt van een lid van de toenmalige naziknokploeg SA die zegt destijds Marinus met de auto naar het toen al brandende parlementsgebouw te hebben gebracht. Die 'bekentenis' werd door hem in 1955 opgesteld bij een notaris. Maar of dat het sluitende bewijs is dat Marinus erin werd geluisd, is maar de vraag.
De zoveelste theorie
"Dit document is uiteindelijk niet meer dan de verklaring van één persoon", zegt Niod-historicus David Barnouw in 2019 tegen de Volkskrant. "Het is feitelijk de zoveelste theorie over de gebeurtenissen die dag, waar al zoveel onderzoeken naar zijn uitgevoerd. Voor de één is Van der Lubbe een held, voor de ander een slachtoffer, en weer een ander noemt hem een schurk. Ik vrees dat we het gewoon nooit zullen weten."
