De gemeente Vught moet van Asielminister Bart van den Brink (CDA) uitleggen waarom ze niet genoeg opvangplekken voor vluchtelingen heeft. Ook moet de gemeente, net als dertien andere gemeenten in het land, afspraken maken met de minister over een locatie voor opvangplekken en een termijn waarop deze beschikbaar moet zijn.

Elke maand maakt de minister een aantal gemeenten bekend die niet aan hun wettelijke taak uit de spreidingswet voldoen. Vorige maand werden bijvoorbeeld de gemeenten Gemert-Bakel en Valkenswaard al op het matje geroepen.

In uiterst geval met dwang
De gesprekken die Van den Brink nu gaat voeren met burgemeesters en wethouders van de gemeenten moeten ervoor zorgen dat zij alsnog opvanglocaties gaan regelen. In het uiterste geval kan de minister, in plaats van de gemeente, een vergunning voor een opvanglocatie verlenen en zo opvang afdwingen.

Zover is het nu nog niet. De spreidingswet kent zes fases: van het vaststellen welke gemeenten niet voldoende locaties beschikbaar stellen (fase 1) tot gedwongen realisatie van opvang (fase 6). De betrokken gemeenten gaan nu van fase 2 naar fase 3.

Overigens heeft het ministerie tot nu toe nog maar met één gemeente een gesprek gevoerd. Mede vanwege de zomervakantie is het moeilijk om een geschikt moment in de agenda te vinden.

Maandelijkse lijst
Door maandelijks een lijst met achterblijvers te publiceren hoopt het kabinet de gemeenten te bewegen aan hun wettelijke taak te voldoen. Dat een gemeente op de lijst staat, zegt niets over de reden waarom het niet gelukt is voldoende opvangplekken te regelen.

Volgens het college van burgemeester en wethouders is er in de gemeente Vught momenteel geen geschikt vastgoed om opvangplekken in te realiseren, bleek in juni uit een antwoord op raadsvragen.