Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een plant die al sinds 1995 in de tuin staat, een zwevende vogel, een klein agressief diertje en geeft hij antwoord op de vraag wat een zwarte sluipwesp op een ander insect doet.  Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Stuifmailvraag nummer 14:
Welke insecten ondergaan geen onvolledige gedaanteverwisseling? 

A. Libellen

B. Wantsen

C. Sprinkhanen

D. Mieren

Graag je antwoord sturen naar stuifmail@omroepbrabant.nl. De winnaar krijgt de eer en een prachtig Brabant-boek met de ondertitel 'Poëzie van landschap en maatschappij', geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.  Zondag tussen elf en twaalf uur hoor je het antwoord.

Welk agressief diertje was er in Biezenmortel te zien?
Patricia van Hoogen kwam vlak bij haar huis in Biezenmotel een dier tegen. Ze wilde het dier oppakken, maar dat krulde meteen raar in elkaar. Ze vond het diertje best agressief en vraagt zich af welk dier het is. Wat ze op haar foto heeft staan, is de rups van de lindepijlstaartvlinder. Deze rupsensoort is niet agressief, maar ze verdedigen zich wel als ze gepakt worden. Zij kennen namelijk het verschil niet tussen een dier dat hen wil opeten en een lieftallige Patricia. Allereerst beginnen ze bij gevaar wild met hun achterlijf te kronkelen. Daarnaast maken ze cirkelvormige slaande bewegingen om de aanvaller af te schrikken. Helpt dat allemaal niet, dan kunnen ze een sissend of piepend geluid laten horen. Dit geluid produceren ze door lucht door hun ademopeningen te persen. Dit in combinatie met het wrijven van bepaalde lichaamsdelen. Als klap op de vuurpijl richten ze bij verdediging hun voorlichaam dreigend op in een zogenaamde sfinx-houding. Menige vijand is dan allang vertrokken.

Lindepijlstaartvlinders zijn nachtactieve nachtvlinders, die tot de familie van de pijlstaarten behoren. Het vrouwtje van deze vlinder heeft een spanwijdte van ongeveer tachtig millimeter. Bij een mannetje is de spanwijdte zestig millimeter. Lindepijlstaarten zijn prachtige, echte nachtvlinders die overdag rusten in de kruin van lindebomen, maar ook op boomstammen en muren.

Wat is de naam van deze plant die al sinds 1995 in de tuin staat?
Erie Bus heeft sinds 1995 een plant in de tuin staan, maar hij heeft nog steeds niet ontdekt wat de naam van deze plant is. Volgens mij is het liggend vetmuur, dat bij de anjerfamilie hoort. Erie dacht dat het een mossoort zou zijn. Daar heeft Erie ook een beetje gelijk in, want liggend vetmuur lijkt heel erg op een mossoort. Ze groeien ook vaak samen in voegen tussen stenen. Liggend vetmuur is echter een echte plant, terwijl alle mossoorten sporenplanten zijn. Mossoorten krijgen geen bloemen, maar vormen sporen in doosjes op steeltjes, zoals op de foto hieronder, en liggend vetmuur krijgt mooie kleine, witte bloempjes.

Als je ondergronds gaat, zie je bij liggend vetmuur een heel mooie penwortel. Verder wortelt de plant op de knopen van de stengels. Mossoorten hebben geen echte wortels, maar zogenaamde hechtwortels. Tot slot hebben mossoorten eenvoudige, vaak zeer fijne doorschijnende blaadjes. Liggend vetmuur heeft zeer vlezige, langwerpige blaadjes met een klein stekelpuntje. Heel vaak wordt liggend vetmuur ook stoeptegelspleetplant genoemd omdat deze kleinste landplant van Nederland niet overal bloeit, maar je ze wel vaak aantreft tussen de mossen in de stoeptegelspleten. Waarom groeit liggend vetmuur zo graag tussen de spleten van stoeptegels? Nou, deze plant is klein genoeg zijn om in die spleten weg te kruipen en de dunne worteltjes passen precies in die spleten. Daarnaast bieden de stoeptegelspleten een prettige omgeving voor dit plantje, omdat het er stikstofrijk is, maar ook zonnig en toch ook enigszins vochtig. Tot slot heeft liggend vetmuur weinig te duchten van concurrenten, want andere planten houden het daar juist niet uit. Je vindt liggend vetmuur vooral dus tussen stoeptegels, maar ze groeien ook op open zandige plekjes.

Wat is dit voor vogel?
Nel Jansen vraagt zich af welke zwevende vogel zij had gefotografeerd. Volgens mij is dit een buizerd. Als ik naar haar foto kijk, zie ik in de lucht een vogel die duidelijk mooie brede, afgeronde vleugels heeft. Daarnaast heeft de vogel een korte hals en een waaiervormige staart. De spanwijdte van buizerds ligt tussen de 110 tot 130 centimeter, terwijl een vogel die er op lijk, de wespendief, een spanwijdte heeft van 118 en 150 centimeter. Die is dus beduidend groter en die heeft daarnaast een kleinere kop. Buizerds zijn de meest voorkomende roofvogels die zichtbaar zijn in de lucht, omdat zij ook jagen vanuit de lucht. Dit doen ze ook vanaf een paaltje of aan de rand van een bos vanuit een boom. Valken jagen ook vanuit de lucht, maar hun vliegbeeld is duidelijk anders en zeer specifiek.  Valken vallen vooral op vanwege hun smallere vorm, spitse en geknikte vleugels en hun staart die tijdens het vliegen meestal wordt toegevouwen (zie de foto hieronder).

In de open lucht zal je geen haviken zien jagen, dus die vallen ook af. Tegenwoordig kun je in ons land ook zeearenden bewonderen. Je ziet dan boven je hoofd een vogel met enorme brede vleugels die recht en horizontaal als planken worden gehouden. Vandaar dat dit dier ook wel vergeleken wordt met een vliegende deur. Naar mijn idee is de roofvogel die Nel gefotografeerd heeft dus een buizerd. Zelf kan ik ook minutenlang omhoog kijken naar buizerds. Vooral als ze op thermiek hun zweefvluchten maken. Dit doen buizerds vooral in de lente, zo tussen maart en mei, want dat is de beste tijd voor thermiek. Ze maken dan gebruik van de opstijgende warme lucht. Je ziet ze tot slot op grote hoogte zweven. Om van te genieten!

Wat doet deze zwarte sluipwesp op dit andere insect?
Karin Reimann-Haan zag, zoals ze het zelf omschreef, een opvallend tafereel op haar terras in Eindhoven. Ze meende een zwarte sluipwesp te zien die eitjes af aan het zetten was op een ander insect. Ze vraagt aan mij of dat klopt. Wat ze zag, was het vrouwtje van de grote sluipwesp - dit had Karin goed gezien - met de naam koolzwarte metselspinnendoder. Die wordt ook wel urntjesspinnendoder genoemd. Die stak en verlamde een spin. Voordat een vrouwelijke spinnendoder op spinnenjacht gaat, zoekt ze ijzerhoudend zand of leem en maakt dit nat met haar speeksel. Daarna kneedt ze dit tot kleine, tonvormige urntjes die ze plakt tegen muren, stenen of in holtes.

Vervolgens gaat ze op zoek naar een spin, valt die spin aan en verlamd deze. Voor ze vervolgens met de spin vertrekt, bijt ze enkele of alle poten af. Daarna neemt ze de verlamde spin mee naar de gemaakte urntjes, legt daar de spin in en legt een van haar eitjes op de spin. De koolzwarte metselspinnendoder is een grote sluipwesp van zo’n tien millimeter lengte. Ze valt erg op vanwege de pikzwarte kleur en transparante vleugels. Het is overigens de enige spinnendoder die lemen urntjes metselt als broedcel. De meeste spinnendoders graven namelijk in de bodem eenvoudige, ondergrondse holtes uit en maken daarin hun broedcellen. Je ziet koolzwarte metselspinnendoders vaak in tuinen op zoek naar spinnen, die dus levend dienen als voedsel voor hun larven. 

Kloppen de namen van de vlinders gefotografeerd door de kleinzoon van Toke?
Roy Aarts fotografeert graag in de natuur. Oma Toke vond het leuk om mij twee foto’s te sturen, die haar kleinzoon geschoten had. Natuurlijk ben ik benieuwd hoe oud die kleinzoon is. Hopelijk laat Toke mij dat nog weten. De eerste foto die ik ontving, heeft hij zelf van een naam voorzien: een meriansborstel. Dat klopt helemaal. Het is inderdaad het imago (volwassen insect) van de meriansborstel. De rups van dit dier heet meriansborstelrups. De naamgever van de rups is dus ook de naamgever van de nachtvlinder. Wil je daar meer over weten, kijk dan eens op de Stuifmailpagina van 9 mei 2026 via deze link.

Bij de tweede foto, hierboven, zie ik geen naamsuggestie van Roy staan. De naam van deze door Roy gefotografeerde nachtvlinder heet kromzitter. Deze nachtvlinder kom je vooral tegen in loofbossen, maar ook in tuinen en parken. Uit de overwinterende eitjes komen in het voorjaar rupsen gekropen, die zich vooral voeden met de blaadjes van eikenbomen, maar ook bladeren van meidoorn en es. De naam kromzitter heeft deze soort te danken aan de houding van de rupsen van dit dier. Als die rupsen in rust gaan, trekken ze de kop vaak sterk naar achteren.

Het gevolg is dat er een typische, gekromde houding ontstaat, zie de foto hierboven, die doet denken aan een zittend persoon die in elkaar is gedoken.