Een kinderboek schrijven was voor cabaretier Rob Scheepers uit Sterksel al jaren een jongensdroom. Woensdag komt die wens uit met 'Familie Flatus en de verdwenen gouden verf'. Toch ziet hij het niet zomaar als een kinderboek. "Dit is meer een leesbeleving dan alleen een boek", vertelt hij over het verhaal dat vanuit twee verschillende perspectieven wordt verteld.

Dat Scheepers ooit een kinderboek zou schrijven, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Toen hij ooit aan de pabo begon, liep hij stage in een kleuterklas. Daar ontdekte hij al snel wat hij het leukste vond. "Ik moest dan iets voorlezen. Toen schreef ik zelf de verhaaltjes."

Hoewel hij uiteindelijk bekend werd als cabaretier, columnist en theatermaker, bleef het idee van een eigen kinderboek altijd ergens op zijn verlanglijstje staan.

Twee voorkanten
Voor Familie Flatus en de verdwenen gouden verf sloeg Scheepers de handen ineen met schrijfster Woutrie Verduijn. Samen bedachten ze een zogenoemd kantelboek, waarin hetzelfde avontuur vanuit twee verschillende perspectieven wordt verteld.

"Je hebt twee voorkanten in het boek", legt Scheepers uit. "Je kunt zelf kiezen: wil ik lezen hoe mama het beleefd heeft? Of wil ik lezen hoe papa het beleefd heeft?" Lezers kunnen het ene verhaal helemaal uitlezen voordat ze overstappen naar het andere perspectief, maar ook tussendoor wisselen. De tijdlijn loopt namelijk gelijk op.

Het idee ontstond uit ervaringen binnen hun eigen gezinnen. "Je kunt over bepaalde kwesties heel anders denken, terwijl je allebei dezelfde intentie hebt om op de juiste manier uit te komen", vertelt Scheepers. "Maar mannen denken nu eenmaal anders dan vrouwen en dat hebben wij gevangen in één avontuur."

Grappige en herkenbare verhalen
De titel verraadt het al een beetje. Flatus is een ander woord voor een scheet en humor speelt een belangrijke rol in het boek. "Er zitten heel veel verwijzingen in naar scheten en windjes", zegt Scheepers lachend. "Maar ook volwassen grapjes, net zoals in het Sinterklaasjournaal. Zodat het ook voor volwassenen leuk is om het voor te lezen."

Het verhaal speelt zich af in een herkenbare omgeving van een klein dorp met een pleintje, een kerktoren en opa en oma om de hoek. Ook de kinderen van beide auteurs leverden inspiratie. "We zijn acties gaan opschrijven die ze ooit geflikt hebben. Of dingen die ze zeggen. Wie weet hebben we daar ergens in het boek nog iets aan."

Lezen moet leuk zijn
Hoewel het boek een kleine boodschap bevat over perspectief en begrip voor elkaar, hoopt Scheepers vooral dat kinderen plezier beleven aan het lezen. "Ik hoop dat ze veel lachen om ons boek", zegt hij. "Dat lezen niet stom en saai is. Dat lezen ze een andere wereld in kan trekken en dat ze plezier halen uit de verbeelding die ze in hun hoofd hebben."

En als jonge lezers onderweg ontdekken dat er altijd meerdere kanten aan een verhaal zitten? "Dan is dat mooi meegenomen."