Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een bijzonder ding dat gezien werd tijdens een natuurspeurtocht met de kleinkinderen, een spin in een soort trechter, vogelpoep en een grote mooie libel in de tuin. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.
Dit lijkt wel vogelpoep?
Rob en Ingeborg zagen iets vreemds op hun gieter. Rob dacht zelfs dat het vogelpoep was, tot het plotseling bewoog. Ik kan me Robs idee best voorstellen. Het insect dat zij gezien hebben, lijkt namelijk helemaal niet op een insect, eerder op iets anders. Vogelpoep is inderdaad geen vreemde gedachte. Het insect waar het hier omgaat is een oorcicade. Kijk maar eens naar de vorm, het zou best vogelpoep kunnen zijn. Je ziet namelijk een bruin insect met een rare vergroeiing aan de zijkant van de kop. Dit is typisch voor de oorcicade. Dit dier is te herkennen is aan de oorvormige uitgroeisels aan weerszijden van het halsschild en de afgeplatte kop. Het diertje wordt dan ook niet vaak waargenomen, vanwege deze perfecte camouflage. Oorcicaden komen het meest voor in bossen en parken, vooral op eikenbomen. De oorcicade ontwikkelt zich in twee jaar. Als jonge nimf overwinteren ze het eerste jaar en als bijna volwassen nimf het tweede jaar. Het volwassen diertje is meestal te zien tussen juni en oktober. De volwassen dieren leven van juli tot september.
Oorcicaden kunnen goed vliegen en springen en horen net zoals de schuimcicades, zie de foto hierboven van een schuimbeestje, bij de grote cicadefamilie. Er leven overigens veel soorten cicaden in de wereld, momenteel zo’n 40.000. Ook in Nederland komen cicaden voor, maar ze worden bijna niet opgemerkt omdat veel soorten kleiner zijn dan één centimeter.
Tijdens een tocht met de kleinkinderen een vreemd wit ding gezien
Sonja Groenendaal ging op een ochtend met haar kleinkinderen Duuk en Wout natuurgebied Kampina in. Ze hebben genoten want ze kwamen van alles tegen en zagen ook wat reeën. Ook zagen ze iets bijzonders. Ze willen graag weten wat het is. Wat ze zagen is wit heksenboter. Dit is de witte variant van het gewone gele heksenboter. Witte en gele heksenboters zijn myxomyceten, die wij nog steeds in het Nederlands slijmzwam noemen. Hopelijk verandert dit snel, want die naam schept allerlei verwarring. Dit komt door het woord zwam. Myxomyceten zijn echter zeker geen zwammen! Soms kom je ook de naam runbloem tegen bij de gele variant, maar dat vind ik persoonlijk helemaal fout. Dat maakt namelijk de verwarring nog groter, omdat dit organisme geen bloemen kent.
Heksenboters (geel of wit) zijn dus geen zwammen of paddenstoelen, maar myxomyceten. Dit zijn organismen die geen zwamdraden hebben en vaak eencellige wezens zijn.
Wit heksenboter, is net zoals de gele variant, bros, sponzig en teer en het verplaatst zich. Vandaar ook het slijmspoor of kruipspoor bij de gele variant, zie de foto hierboven. Heksenboters voeden zich met micro-organismen, die op diverse natuurlijke en niet natuurlijke ondergronden te vinden zijn. In het bos zie je heksenboters vooral op dood hout. Zie ook het mooie filmpje van het IVN, Bodemleven in beeld: Heksenboter, zie deze link.
Welke bijzondere spin zit in mijn tuin?
Daan van Strien zag in zijn tuin een bijzondere spin. Deze heeft een soort trechter gemaakt heeft webdraden en bladeren. Spinnen die trechters maken om prooien te vangen, in plaats van de bekende wielwebben, noemen we trechterspinnen. Wereldwijd leven er zo’n 514 soorten trechterspinnen. In ons land kun je veertien soorten tegenkomen. De meest bekende trechterspin in ons land is de grijze huisspin, die zowel in als rond onze huizen voorkomt. Nummer twee is zeker de gewone/grote huisspin en in de tuin kom je dan weleens de gewone doolhofspin tegen, zie de foto hieronder.
Al deze spinnen danken hun naam aan het feit dat zij een specifiek web maken in de vorm van een tunnel of trechter. Gewone doolhofspinnen maken grote, opvallende strak geweven webben met een hol in het midden van het web. Dit web kan een diameter bereiken van vijftig centimeter en wordt direct op de grond of op lage hoogte tussen de vegetatie gebouwd. Zo’n web maken ze enkel met spinnendraad en niet met andere materialen. Ook niet met blaadjes, maar die kunnen er wel in vallen. Gewone doolhofspinnen wachten meestal in of voor het hol op hun prooidieren, dit zijn meestal insecten. Wanneer een prooi wordt waargenomen door het schudden van het web, rent de spin snel naar de prooi op het web en bindt deze vast met spinrag. De prooi krijgt tevens een giftige verlammende beet en kan dan niet meer bewegen. Hierna wordt de prooi naar het hol getransporteerd en daar verteerd. Bij verstoringen trekt de gewone doolhofspin zich terug in een schuilplaats. In geval van nood, kan de spin door de naar achteren geopende trechter ontsnappen.
Libel gespot
Mark Eurlings zag een libel in zijn tuin. Hij had deze libel nog niet eerder gezien. Hij ging op zoek naar de naam, maar kreeg geen match dus stuurde hij de foto naar Stuifmail. Helaas is de kwaliteit van de foto niet heel goed dus moet ook ik gokken. Op de foto van Mark zie ik een vrij grote libel. De libel heeft op het donkere achterlijf tot bijna achteraan groene vlekken. Helemaal achteraan een paar blauwe. Volgens mij hebben we hier te maken met een echte libel. De naam is blauwe glazenmaker. De libellen worden in twee subgroepen onderverdeeld: de echte libellen, waartoe de blauwe glazenmaker behoort, en de juffers. De juffers zijn zeer slank gebouwd. Klein en in rust klappen ze hun vleugels rechtop samen boven het achterlijf. De voor- en achtervleugels zijn even groot en smal aan de basis. De echte libellen zijn robuust, fors en stevig gebouwd. De vleugels houden zij in rust horizontaal gespreid als een vliegtuig. De achtervleugels zijn breder aan de basis dan de voorvleugels. Voorbeeld van een juffer is de azuurwaterjuffer, zie de foto hieronder.
De blauwe glazenmaker behoort tot de familie van de glazenmakers binnen de groep van echte libellen. De naam glazenmaker is gebaseerd op de gelijkenis met de glazenmakers van vroeger, toen er nog geen auto’s rondreden. Mensen die een kapotte ruit hadden, belden dan naar de glashandel. Dan droegen de glazenmakers het glas in een raamwerk van latten op de rug waardoor dit net vleugels leken.
Blauwe glazenmakers zijn grote libellen - maximaal 7,5 centimeter - en worden het meest gezien van alle glazenmakers. Ze leven van ongeveer eind juli tot half september en jagen graag op plaatsen met veel halfschaduw. Je kunt ze dan ook zeker tegenkomen in je tuin, maar ook op bospaden.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door Hetty Uijtdewilligen-van Hest. Zij legde een oranje zandoogje vast. Dit is een van de meest schattige dagvlinders.
Natuurtip
Zaterdag 15 augustus kun je van twaalf tot drie uur 's middags deelnemen aan een Avontuurlijke natuurtocht door het Verdronken Land van Zuid-Beveland.
Dit is een uitdagende tocht door geulen, over slikken en schorren in een gebied waar je normaal niet mag komen. Het Verdronken Land van Zuid-Beveland bevindt zich in het zuidoostelijk deel van de Oosterschelde. De geschiedenis van het voormalige getijdenhaventje Rattekaai vormt het beginpunt van de excursie.
De Oosterschelde is voortdurend in beweging, dag en nacht en in weer en wind. Wie even de tijd neemt, ervaart dit aan den lijve. Je beleeft de Oosterschelde zoals je dit nog nooit eerder hebt gedaan. Maak kennis met zilte planten zoals zeekraal, lamsoor en Engels slijkgras. Ontdek welke vogelsoorten er langs de waterlijn trippelen en op het schor leven. Kom meer te weten over de verdronken dorpen in de Oosterschelde en over de dynamiek van slik, wind en water die dit Verdronken Land hebben gevormd.
Meer informatie:
• Aanmelden is verplicht en kan via deze link.
• Vertrekpunt is de haven Rattekaai. Deze is te bereiken vanaf de snelweg A58 via afslag 31 (Rilland). Volg de borden Tholen tot de eerste rotonde, neem daar de derde afslag. Neem hierna de eerste afslag links het Middenhof in. Volg de weg ter hoogte van de buurtschap naar rechts. Rijd deze helemaal uit tot de weg op de zeedijk omhoog gaat. Houd bij de dijkverhoging rechts aan. Via de kleine buurtschap bereik je na een paar honderd meter haven Rattekaai.
• Deelname kost elf euro voor volwassenen en 5,50 euro voor kinderen. Volwassen leden van Natuurmonumenten betalen 7,70 en kinderen die lid zijn 3,85 euro.
• Let op: deze excursie is voor kinderen in de leeftijd vanáf 8 jaar. Hoewel het systeem kinderen vanaf 6 jaar toelaat, willen wij benadrukken dat we alleen kinderen vanaf 8 jaar mogen meenemen in verband met jouw eigen veiligheid en de veiligheid van de kinderen op het schor.
• Trek goed passende laarzen aan.
• Neem voor het sliklopen, als je die hebt, een stevige lange wandelstok mee van zo'n anderhalve meter lang.
• Trek oude kleren aan.
• Neem je verrekijker mee.
• Deze tocht gaat door geulen en over slikken en schorren. Om deel te nemen is het belangrijk om goed ter been te zijn. Daarbij is een goede conditie belangrijk.
• Honden zijn helaas niet toegestaan tijdens deze excursie.
