Siem uit Breda is elf jaar, maar naar school gaan zoals andere kinderen zit er voor hem niet in. Daardoor mist hij veel meer dan alleen lessen. Zijn verhaal is een van de verhalen waarmee Oudervereniging Balans donderdag de Staat aanspreekt. De organisatie vindt dat kinderen als Siem niet langer buiten het onderwijs mogen vallen.

Siem, de zoon van Annemarie van Overveld uit Breda, valt volgens zijn moeder tussen wal en schip. Hij heeft een nier- en levertransplantatie gehad en kampt daarnaast met een metabole ziekte. Door die ziekte worden zijn organen belast met gifstoffen.

In principe zou hij naar het speciaal onderwijs kunnen, maar daar zijn de klassen te groot en wordt de medische zorg die hij nodig heeft niet verleend. Die zorg is er in het ziekenhuis of in verpleegkundige dagverblijven wel, maar daar is weer geen onderwijs. Bovendien vormt school een groot risico: door zijn lage weerstand kan een gewone infectie ernstige gevolgen voor hem hebben.

Als Siem ziek wordt, kan hij wekenlang in het ziekenhuis belanden. "Een virus is niet meteen acuut gevaarlijk, maar wel als je niets doet. Als we hem ziek laten worden, ligt hij daarna de hele week in het ziekenhuis." Daarom proberen zijn ouders hem zo veel mogelijk te beschermen. Tegelijkertijd zoeken ze naar manieren om hem bezig te houden, naast zijn medische afspraken. "Het is echt doseren."

De ouders van Siem hebben verschillende scholen en dagbestedingen geprobeerd. "Maar hij is nooit ergens langer dan twee dagen per week geweest, in een periode van twee maanden. De wereld is niet ingesteld op zulke kindjes als Siem. Het moet in hokjes passen."

Van Overveld hoopt daarom dat er een soort kleinschalige voorziening komt, in een medisch veilige en prikkelarme omgeving, met één tot twee uur onderwijs per dag. "Waar je het kind volgt in plaats van een vast programma." Dat stelde ze eerder voor bij onder meer de gemeente Breda, maar daar vond men het te duur en werd gesteld dat Siem een uitzondering is.

De zorg voor Siem heeft grote gevolgen voor het gezin. Van Overveld moest haar baan opzeggen en haar man werkt nog maar twee dagen per week. Ondanks alles noemt Van Overveld haar zoon de vrolijkste, blijste en grappigste persoon die ze kent. "Hij heeft ons geleerd met de dag te leven en te relativeren. We zijn totaal niet meer dezelfde mensen als tien jaar geleden."