De provincie Noord-Brabant vindt het onacceptabel voor ondernemers dat een sluiscomplex in het Wilhelminakanaal in Oosterhout volgend jaar maandenlang dichtgaat voor groot onderhoud. Rijkswaterstaat stremt de zogeheten Sluis I van juli tot medio december. Het provinciebestuur en de gemeente Oosterhout vrezen voor miljoenen euro's aan extra transportkosten voor het bedrijfsleven.
Veel bedrijven in de regio maken gebruik van de binnenvaart voor hun logistiek. Regionale ondernemers schatten dat de stremming wekelijks 1,5 tot 2 miljoen euro aan meerkosten oplevert. "De stremming van de sluis heeft impact op een hele keten van verladers, vervoerders en ontvangers", stelt de provincie in antwoord op vragen van de Brabantse BBB-fractie.
Het Brabantse bestuur stelt in overleg te zijn met Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over het inkorten van de werkzaamheden. "De signalen vanuit het Rijk voor het realiseren van kortere doorlooptijden zijn tot nu toe positief." Het provinciebestuur ziet daarom nu geen reden om de 'bestuurlijke druk' op te voeren, zoals de BBB voorstelt.
De gemeente Oosterhout uitte eerder ook grote zorgen over de financiële gevolgen van de stremming. Volgens de overheden bestaat het risico dat vervoer over het water daardoor definitief naar de weg verhuist.
Jaarlijks maken bijna 4000 vaartuigen gebruik van de sluis, met een totale vracht van ruim 160.000 containers en 1,1 miljoen ton aan bulkgoederen zoals zand en grind. De stremming zorgt volgens de provincie voor 400 tot 500 extra vrachtwagenbewegingen per dag, vooral op de nabijgelegen snelwegen. Volgens de provincie wordt bekeken of tijdelijk ingezet kan worden op meer vervoer via het spoor.

