Bij het vogelrevalidatiecentrum in Zundert zien ze steeds meer vogels met verschijnselen die lijken op het westnijlvirus. Vooral kraaiachtigen zijn gevoelig voor het virus. "We hebben sinds 1 augustus al 270 kraaiachtigen opgevangen", zegt Megan van de Ven van het opvangcentrum.
"De hoeveelheid die is binnengebracht, is wel opvallend." Dat het westnijlvirus in Nederland aan een opmars bezig is, merkt ook Megan van de Ven van het vogelrevalidatiecentrum in Zundert.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte donderdag bekend dat een vierde persoon is overleden aan het westnijlvirus en dat het aantal besmettingen oploopt. Muggen en vogels spelen een cruciale rol bij de verspreiding van het virus naar mensen. Vogels zijn de natuurlijke gastheer en het reservoir van het virus.
"Mensen kunnen alleen besmet raken als ze gestoken worden door een mug die ook een besmette vogel heeft geprikt", zegt Van de Ven. Bij de vogelopvang probeert men verdere besmettingen te voorkomen door muggen buiten te houden. Er staat dan ook overal muggenspray. Een airco in het vogelverblijf houdt de temperatuur laag, waardoor muggen zich er niet prettig voelen en wegblijven.
Kraaiachtigen gevoelig
Het zijn hoofdzakelijk kraaiachtigen en sommige roofvogels, zoals haviken, die gevoelig zijn voor het virus. "We hebben sinds 1 augustus al 270 kraaiachtigen opgevangen. Van zestig tot tachtig procent daarvan vermoeden we dat ze met het westnijlvirus besmet zijn."
In totaal kwamen in dezelfde periode 1354 dieren binnen bij het opvangcentrum, waarvan 1197 vogels. De rest zijn kleine zoogdieren. In een kooi genieten twee eekhoorns van een heerlijke lunch en een jong egeltje krijgt via een spuit melk toegediend.
De drie vaste krachten en vele vrijwilligers van de opvang moeten afgaan op wat ze zien bij de binnengebrachte vogels om te bepalen of een dier besmet is. Om kosten en tijd te besparen, voeren ze geen laboratoriumtests uit op verdachte vogels. "We letten vooral op neurologische klachten, zoals evenwichtsproblemen, schudden met het hoofd, omvallen tijdens het lopen of hangende vleugels."
Geen vaccin
Er bestaat geen medicijn of vaccin tegen het westnijlvirus voor vogels en mensen. Paarden kunnen wel gevaccineerd worden. "We doen vooral aan symptoombestrijding. We kunnen het virus niet bestrijden, dat moet het dier zelf doen."
De meeste mensen merken weinig tot niets van een besmetting met het virus. De vier gemelde sterfgevallen betroffen mensen met een kwetsbare gezondheid. Of dat bij besmette vogels ook geldt, is lastig vast te stellen.
"Als een dier niet binnen een paar dagen verbetering laat zien, kunnen we besluiten het uit zijn lijden te verlossen." Dat laatste gebeurt altijd in overleg met een dierenarts.
