De schappen van Albert Heijn in Brabant raken steeds voller. Door een cyberincident lagen verschillende computersystemen van de supermarktketen plat. Daardoor liep de bevoorrading van winkels vast. Ook bij de Albert Heijn aan de Ginnekenweg in Breda zijn de gevolgen langzaam voorbij. De schappen raken weer gevuld en dat stemt supermarktmanager Jeremy Geleijns gelukkig. "Het maakt me blij dat we weer winkeltje kunnen spelen."
"We zijn weer helemaal gelukkig", zegt Geleijns. "We zagen eerst vooral zwarte lege kratten, nu weer lekker met verse groenten. Hier en daar zijn nog gaten, maar we werken met man en macht om die weer gevuld te krijgen."
De problemen begonnen afgelopen zondag voor de supermarktketen. Een 'cybersecurity-incident' legde verschillende computersystemen plat. Winkels konden de afgelopen dagen niet meer goed worden bevoorraad.
"Het wordt weer redelijk normaal", ziet districtmanager Marco van Vliet van Midden-Brabant en de Veluwe. "Als we het weekend voorbij zijn, zullen alle winkels weer helemaal gevuld zijn", voorspelt hij. "In sommige winkels zie je nu nog wat lege plekken, omdat die hun voorraad nog moeten krijgen. Die krijgen ze vandaag en dan zijn ze ook helemaal bijgevuld."
Achterstand
Door het incident moest Albert Heijn een flinke achterstand in de bevoorrading wegwerken. "We willen er altijd voor zorgen dat er verse producten zijn en dat is een voortdurend proces. Als daar een kink in de kabel komt, moeten we heel erg schakelen om dat weer op een goede manier geregeld te krijgen", legt hij uit.
De supermarktketen kampte onder meer met een probleem in de interne communicatie. "Dan wordt het toch wel heel lastig om alles te organiseren zoals we dat gewend zijn." Een goed werkend computersysteem is volgens hem onmisbaar. "Anders krijgen heel veel winkels artikelen die ze eigenlijk niet zouden moeten hebben of krijgen andere winkels helemaal niets. Dus we willen dat wel graag georganiseerd hebben."
Terugkerende klanten
Van Vliet is 'supertrots' op zijn collega's, maar ook op de klanten die geduld hebben getoond. Hoewel hij had gehoopt dat klanten eerst hun eten uit de koelkast en voorraadkasten opaten, begrijpt hij dat zij in de tussentijd naar concurrenten gingen. "En dat is ook prima. Je wil graag eten en je boodschappen doen." Nu de bevoorrading verbetert, hoopt hij dat klanten weer terugkomen. "Ze zijn weer van harte welkom."
Ook Geleijns merkt dat klanten terugkomen. Veel mensen tonen begrip voor de situatie, vertelt hij. "Dat is fijn." Een klant laat hem weten dat ze blij is dat de schappen weer voller zijn. "We kunnen onze boodschappen weer doen. De aardbeien misten we." Haar man komt enkele seconden later aanlopen met een bakje aardbeien en legt het in het winkelwagentje.
Voor Geleijns is het zien van de gevulde schappen een hele opluchting. "Als ik weer verse groenten zie liggen, maakt me dat blij. Dan kunnen we weer winkeltje spelen", zegt hij. Door zijn liefde voor het supermarktwerk werd hij naar eigen zeggen 'diep ongelukkig' van de lege schappen. Nu de bevoorrading weer op gang komt, voelt hij zich opgelucht. "Als ik zie hoe we dit met het hele bedrijf voor elkaar krijgen, maakt het me ook wel weer een beetje trots hoeveel power we hebben gegeven om alles te doen voor de klant."