Een oude varkensstal in het buitengebied van Hoogeloon. Buiten zindert de zon bij 38 graden, binnen is het koel en donker. In de hoge nok van het dak fladderen merels rond. "Die weten precies dat het hier luilekkerland voor ze is", zegt Jan Beijsens. Samen met zijn broer Ben runt hij hier een wormenkwekerij, bestemd voor de hengelsport, vogelkweek en bodemverbetering.  

De stal staat vol met grote bakken, gevuld met zwarte grond. Hier worden de wormen gekweekt. In eerste instantie lijkt er niets te zien, maar als Jan met zijn hand door de aarde woelt, krioelt het opeens van de wriemelende beestjes. Hier ondergronds barst het van het leven.  

"De worm is een schemerdier, ze hebben een hekel aan licht. Daarom kruipen ze graag naar beneden", verklaart Jan. Stond hij vroeger tussen de varkens, tegenwoordig is hij totaal gefascineerd van de Dendrobaena Veneta, zoals deze soort officieel heet. "Heel veel mensen denken, wat moet je nou met wormen? Maar het is een heel nuttig beestje. Voor mij is het echt liefhebberij, het is prachtig om te zien hoe ze groeien." 

Wormen zijn tweeslachtig, dat betekent dat ze zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen hebben. Toch kunnen ze zichzelf niet zwanger maken, daar zijn twee wormen voor nodig. Die paring, da's een ritueel op zich. De beestjes kruipen met hun buik tegen elkaar in tegengestelde richting - bij ons noemen ze dit standje 69 - en wisselen zaadcellen uit. En daar nemen ze de tijd voor, want al met al duurt het drie tot vier uur.    

Uiteindelijk komen er eitjes, minuscule bolletjes die voor de gebroeders Beijsens net zo kostbaar zijn als kaviaar. "Een worm legt maar één eitje per week", zegt Jan.  "De eitjes gaan in een bed van wormencompost, waar ze, als de omstandigheden goed zijn, na ongeveer zeventig dagen uitkomen."

Die omstandigheden, dat komt uiterst nauw. Zodra de temperatuur te hoog oploopt en de grond vocht verliest, raken de wormen uitgeput en drogen ze uit. Die hardnekkige hittebel van afgelopen juni zorgde dan ook voor slapeloze nachten bij de broers. "Met veertig graden houden wij ons hart vast. Kijk, buiten zoeken wormen vanzelf de koelte op door dieper de grond in te trekken. Maar dat kan niet in deze bakken. Daarom laten we met een speciale installatie een fijne mist door de stal zweven, die voor verkoeling zorgt. Maar het blijft spannend of ze niet het loodje leggen."

De worm, door Jan en Ben liefkozend 'de springer' genoemd, is een levendig, stevig dier met een sterke lokgeur. "Zodra-ie in het koude water valt, wordt-ie vlug", zegt Jan. "Het beestje is door de beweeglijkheid onweerstaanbaar voor witvissen, karpers en roofvissen. Vandaar dat ze hem graag aan de hengel hangen."

Zelfs in Amerika vissen ze bij voorkeur met de wormen uit Hoogeloon. Die export van tienduizenden exemplaren tegelijk  gaat per containerschip over zee, een reis die drie tot vijf weken duurt. "Ze moeten natuurlijk wel levend aankomen, daarom worden de wormen voor het transport gekoeld tot 5 graden. Voor hen voelt het alsof het naseizoen is aangebroken en dan glijden ze in een winterslaap."

De beestjes doen ook wonderen voor de bodem. Als bodemwoelers graven ze horizontale gangen voor een betere lucht- en waterhuishouding, trekken organisch materiaal de bodem in en scheiden zeer vruchtbare wormenmest uit. "Voor een achtertuin waar het water niet goed wegloopt of een voetbalveld waar een plas water voor het doel ligt, heb je juist weer pendelaars nodig, die de diepte ingaan", weet Jan. "Laat gerust handenvol wormen los en ze gaan aan de slag."

De wormencompost, daar maakt broer en mede-eigenaar Ben Beijsens dankbaar gebruik van. Regelmatig schept hij de kruiwagen vol met de poep om zijn groentetuin aan de overkant van de landweg te bemesten. "Het goedje zit boordevol mineralen, sporenelementen en humus, wat de bodem en de planten een natuurlijke boost geeft. Boontjes, komkommer en courgette, alles groeit hier in overvloed", zegt hij terwijl hij rondloopt in de snikhete kas.

Eigenlijk zouden tuinliefhebbers die zakken met kunstmest uit het tuincentrum voortaan laten staan en voor wormencompost kiezen, vindt Ben. "Een plant die het goed doet, valt of staat met een goede balans in de biologische bodem. En wormenmest doet wonderen voor het ondergrondse leven."