Een "snotjochie" was Duncan van der Velden uit Bakel toen hij in 1992 op missie ging in Bosnië. Hij schreef een boek over de trauma's die hij daar opliep en zijn behandeling. Maar na dat louterende boek kreeg Duncan een enorme terugval. Hij schreef daar opnieuw over. Bloedend Hart komt woensdag 12 augustus uit.

Elke nacht komen er mensen aan het bed staan bij Duncan. Ze zijn er niet echt, maar ze hebben wel bestaan en leven voort in zijn brein. Het zijn de mensen waar de voormalige militair aan voorbijreed in zijn ambulance. Burgers die gewond waren en hulp nodig hadden, vaak vrouwen, kinderen of ouderen. Duncan hoort nog de krakende stem die dan op de radio kwam: "Doorrijden."

"We werkten onder een VN-mandaat, waarbij we niet mochten ingrijpen. De VN wilde niet als partijdig worden gezien. Dan rijd je daar in een ambulance met een groot kruis erop. Maar als ik een moslimvrouw zou helpen, zou dat door de Servische schutter kunnen worden gezien als partij kiezen."

Duncan was bij een geneeskundige eenheid, die op veldhospitalen werkte en in ambulances rondreed. Gewonde soldaten van de VN kwamen bij hem terecht. Zo heeft Duncan jarenlang het gekrijs van een Britse bomopruimer in zijn hoofd gehad. Hij was zwaargewond geraakt bij het opruimen van mijnen.

"Hij lag ongeveer tachtig meter van ons vandaan. Maar omdat we door een mijnenveld heen moesten, deden we er anderhalf uur over." Duncan kwam kruipend aan bij de man, die een arm en een been was verloren. "Hij bleek ook nog eens met zijn rug over een andere mijn heen te liggen. Door de holte in zijn rug was die niet ontploft."

Duncan ging in totaal drie keer op missie. Hij kon niet goed meer aarden in het burgerleven. "Aan het einde van de eerste missie werden we beschoten op de terugweg naar het vliegtuig. Vier uur later reed ik op de A6 terug naar huis. Maar ik stond gewoon nog in de oorlogsstand. Ik werd gek thuis en mijn vrouw werd gek van mij. Een week later was ik weer aan het werk."

Duncan sloeg geen acht op zichzelf. "Ik ving ook nog een granaatscherfje op in mijn kuit tijdens een missie. Mijn been begon te trillen en te krampen. Ik werd er helemaal gek van." Duncan werd afgekeurd voor defensie en kwam uiteindelijk zelfs in een rolstoel terecht. "Een arts zei uiteindelijk tegen me: misschien moet je eens in je hoofd gaan kijken."

Duncan zocht psychische hulp. "Ik werd binnengereden als een zielig hoopje mens in een rolstoel. Na anderhalf jaar marcheerde ik weer." Duncan schreef zijn eerste boek. Een goed einde, zou je misschien denken. Maar Duncan kreeg een paar jaar geleden een "gigantische terugval". Het ging helemaal mis toen hij naar een film over oud-militair Marco Kroon was gaan kijken.

Dit keer kwam de dokter met iets nieuws, volgens Duncan. Het heet moral injury. Bij moral injury heb je bijvoorbeeld last van erge schaamte omdat je mensen niet hebt kunnen helpen. "Een behandeling voor trauma werkt dan niet altijd, omdat die ingaat op de angst wegnemen", zegt Duncan. "Maar bij moral injury is het juist je verantwoordelijkheidsgevoel dat een rol speelt."

Duncan heeft inmiddels geleerd om anders te denken over de mensen die hij niet heeft kunnen helpen. "Ik kon het gewoon niet, het mocht niet. Dit mandaat was verzonnen door iemand in een toren in New York."

Duncan vond het belangrijk om over zijn terugval een nieuw boek te schrijven. "Mijn behandelaar zei dat ik gewoon veel last had van een bloedend hart. Dus die heeft bijgedragen aan de titel", lacht Duncan. "Ik hoop dat veel mensen er iets aan kunnen hebben. Want het gaat niet alleen over militairen, maar bijvoorbeeld ook over politieagenten of brandweermensen."