Wereldberoemde kunstschilder Vincent van Gogh signeerde maar een klein deel van zijn werk. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Van Gogh Museum. De kunstenaar, die jarenlang in Nuenen woonde, was opvallend kritisch op zijn eigen schilderijen en signeerde slechts 15 procent van zijn schilderijen. "Het grootste deel van zijn werk beschouwde hij als oefening."

Eerder werd al tot in detail gekeken naar de finishing touches van Van Gogh: van vernis en geverfde randen tot de lijsten waarmee hij zijn schilderijen afmaakte. Maar één opvallend detail bleef onderbelicht: zijn handtekening.

Slechts 133 keer een krabbel
Kunsthistoricus en onderzoeker Julia Engelmayer dook daarom in het complete bekende oeuvre van de schilder. Ze turfde zijn krabbels en ploegde honderden persoonlijke brieven door op zoek naar het waarom. De uitkomst is opvallend: Van Gogh liet zijn naam meestal gewoon weg.

De wereldberoemde schilder uit Nuenen signeerde slechts 133 werken, blijkt uit het onderzoek. Dat is opvallend weinig vergeleken met tijdgenoten als Paul Gauguin, die meer dan 500 werken ondertekende, en Paul Signac, met zo'n 450 gesigneerde werken.

En áls Van Gogh zijn penseel onder een schilderij zette, hield hij het simpel: vrijwel altijd alleen 'Vincent'. Niet alleen omdat die voornaam onderscheidender was dan die van zijn collega-kunstenaars, zoals de twee beroemde schilderende Pauls, maar ook omdat hij een moeizame band had met zijn vader en geregeld met hem in de clinch lag.

Ruzie met vader
Daar kwam bij dat zijn achternaam voor Engelse en Franse kunsthandelaren lastig uit te spreken was. Ook daarom liet hij die achterwege.

Volgens kunsthistoricus Julia Engelmayer zette Van Gogh zijn handtekening vooral onder een schilderij als hij er écht tevreden over was, goed in zijn vel zat of dacht dat het werk hem commercieel verder kon helpen. En dat gebeurde lang niet altijd. De perfectionistische schilder was genadeloos kritisch op zichzelf en had geregeld weinig goeds over voor zijn eigen werk.

Naarmate zijn mentale problemen zwaarder gingen wegen, verdween ook zijn handtekening steeds vaker van het doek. Na zijn opname in een psychiatrische inrichting, kort nadat hij zijn oor had afgesneden, signeerde Van Gogh nog maar mondjesmaat.

Naam maken in Parijs
Op werken als De Aardappeleters (1885) en Zonnebloemen (1889) was hij volgens Engelmayer juist bijzonder trots. Die signeerde hij bewust. Daarnaast zette hij een krabbel onder sommige werken die hem verder zouden helpen om naam te maken in de bruisende kunstwereld in Parijs.

Ook bij schilderijen die hij cadeau deed aan vrienden en familie zette Van Gogh relatief vaak zijn naam.

"Het ziet er naar uit dat Van Gogh simpelweg geen artiest was die waarde hechtte aan het consistent signeren", vat Engelmayer samen. Of zoals de wereldberoemde schilder het zelf ooit opschreef: "Ik was begonnen met het signeren van mijn canvassen, maar ben er al snel mee gestopt. Ik vond het een beetje gek."