De Brabantse waterschappen willen dat bedrijven strenger worden aangepakt als ze schadelijke stoffen lozen in hun afvalwater. Ze pleiten voor strengere regels, samen met de provincie en de omgevingsdienst. Waterschap Brabantse Delta werkte de plannen als eerste uit.
Bedrijven met een lozingsvergunning moeten voortaan voorkomen dat schadelijke stoffen in het afvalwater belanden. Ook gaat het waterschap vaker controleren en uitzoeken waar vervuilende lozingen vandaan komen, schrijft ZuidWest Update.
Bedrijven en huishoudens die geen vergunning nodig hebben voor het lozen van afvalwater, krijgen straks meer voorlichting van het waterschap.
Voorkomen, niet verwijderen
Het waterschap wil dus dat grote bedrijven voorkomen dat schadelijke stoffen in het afvalwater terechtkomen. Dat is nodig omdat het niet mogelijk is om alle schadelijke stoffen, zoals PFAS en metalen, goed uit het water te halen.
Europese regels verplichten het waterschap om onder meer stikstof, fosfor en bepaalde medicijnresten uit afvalwater te halen. Stoffen als PFAS en metalen zijn met de huidige technieken lastiger te verwijderen. Het uitgangspunt is: wat er niet in zit, hoeft er ook niet uit te worden gehaald.
Nieuw beleid vanaf 2027
Het nieuwe beleid gaat naar verwachting na het derde kwartaal van 2027 in. Nieuwe en aangepaste vergunningen moeten dan rekening houden met de strengere regels. De drie Brabantse waterschappen, de provincie en de omgevingsdienst werken hierin samen.
Hoe de plannen er precies uitzien, is nog niet bekend. Het Rijk werkt nog aan de Nederlandse wetgeving voor de herziene Europese regels over stedelijk afvalwater en de Kaderrichtlijn Water. Ook de definitieve eisen voor het gezuiverde afvalwater worden pas in 2027 vastgesteld.
Geen extra zuivering nodig
Brabantse Delta onderzocht ook of het mogelijk is om extra zuiveringsstappen te bouwen bij één of meerdere rioolwaterzuiveringen. Het algemeen bestuur van het waterschap geeft daar niet de voorkeur aan: het is technisch ingewikkeld en kostbaar.
Brabantse Delta zet eerst in op het voorkomen en beperken van lozingen. Extra zuivering kan later alsnog nodig zijn, als blijkt dat dat technisch mogelijk is.