Ferdi van Dongen uit Geertruidenberg is al na 34 dagen gestopt als wethouder. Hij is niet de enige bestuurder in Brabant die zijn ambtstermijn van vier jaar niet volmaakt. Van Dongen ziet af van het krijgen van wachtgeld. Maar wanneer heeft een wethouder die opstapt eigenlijk recht op zo'n uitkering?
Ook andere Brabantse wethouders stapten de afgelopen jaren voortijdig op. Arnoud Kastelijns uit Oosterhout trad afgelopen maart af, na drie jaar en tien maanden als wethouder. In Roosendaal stopten in september 2024 Sanneke Vermeulen, na twee jaar, en Arwen van Gestel, na twee jaar en drie maanden.
Eric Logister uit Oisterwijk stapte in mei op na vijf jaar en vier maanden als wethouder, tijdens de overgangsfase naar een nieuw college. Van 2015 tot 2018 was hij wethouder in Den Bosch, waar hij het ambtstermijn ook niet volbracht. Ufuk Kâhya uit Den Bosch stopte in september 2023 na een jaar en vier maanden van zijn tweede ambtstermijn. Toine van der Ven uit Vught trad af na een jaar en vijf maanden.
Wachtgeld
Al deze oud-wethouders hebben recht op wachtgeld, ongeacht de duur van hun ambtstermijn en of ze vrijwillig zijn opgestapt of niet. Dat geldt dus ook voor Van Dongen, ondanks dat hij slechts 34 dagen wethouder was en vrijwillig opstapte: hij heeft recht op zes maanden wachtgeld, maar heeft al meteen aangegeven daar geen gebruik van te maken.
Bij wachtgeld ontvangt iemand tijdelijk geld nadat het wethouderschap is geëindigd. De financiële uitkering is bedoeld als overbrugging, totdat de oud-wethouder een nieuwe baan heeft gevonden. Er geldt geen minimale periode als wethouder.
De zogenoemde APPA-regeling (Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) werkt als volgt:
• Wie korter dan drie maanden wethouder is geweest, krijgt zes maanden wachtgeld.
• Wie tussen de drie maanden en twee jaar wethouder was, heeft recht op twee jaar wachtgeld.
• Wie langer dan twee jaar wethouder was, krijgt een uitkering voor een periode die gelijk is aan de tijd dat hij of zij in functie was. Daarbij geldt een minimum van twee jaar en een maximum van drie jaar en twee maanden.
Uitzondering
Voor sommige oud-bestuurders geldt een uitzondering. Wie in de twaalf jaar vóór zijn of haar vertrek minstens tien jaar bestuurder is geweest én nog minder dan vijf jaar van de AOW-leeftijd verwijderd is, kan wachtgeld krijgen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Dat geldt niet voor Van Dongen, die 41 jaar is.
Het wachtgeld bedraagt in het eerste jaar 80 procent van het laatste wethouderssalaris. Daarna is de uitkering 70 procent. Vanaf drie maanden na hun vertrek moeten oud-wethouders verplicht solliciteren of deelnemen aan een re-integratietraject. Verdienen zij inkomsten uit een nieuwe baan of een eigen bedrijf, dan worden die deels verrekend met het wachtgeld.
In het eerste jaar mogen zij tot 20 procent van hun laatste salaris bijverdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitkering. Vanaf het tweede jaar is dat 30 procent.