Als wijkagent Niels (46) aankomt op de Markt in Helmond, ziet hij iets wat hem altijd zal bijblijven. Mensen houden tafelkleedjes omhoog om een meisje van anderhalf jaar uit het zicht van omstanders te houden. Het kind is uit een raam gevallen vanaf de derde verdieping van een appartement, nadat het op de vensterbank was geklommen. "Dat beeld staat nog steeds op mijn netvlies."
Het is een warme zomeravond op 28 augustus 2024. De terrassen in het centrum van Helmond zitten vol als de melding binnenkomt. Niels: "Het bureau was vlak bij het centrum. Binnen een paar minuten waren we er. Je denkt maar één ding: hopelijk kunnen we nog iets doen."
Op straat wordt alles in het werk gesteld om het meisje te redden. Niels zet de omgeving af en houdt nieuwsgierige omstanders, onder wie ouders met kleine kinderen, op afstand. "Dan zeg je tegen mensen: dit wil je jezelf en zeker je kinderen niet aandoen."
Nog tijdens de hulpverlening krijgt Niels camerabeelden toegestuurd van een ondernemer uit het centrum van Helmond. Zonder precies te weten wat hem te wachten staat, opent hij het filmpje. "Toen zag ik hoe het was gebeurd. Ik heb de beelden één keer bekeken en daarna doorgestuurd naar collega's die ze konden gebruiken voor hun onderzoek. Ik wist: dit hoef ik niet nog een keer te zien."
Na de hulpverlening begeleidt hij met collega's de ambulance met spoed richting de traumahelikopter. Later die avond keert hij terug naar de Markt om als wijkagent zijn betrokkenheid te tonen. Ik sprak met ondernemers en getuigen die het ongeval hadden zien gebeuren. Niels blijft professioneel, maar merkt hoeveel indruk alles ook op hemzelf maakt. "Je bent vooral betrokken en geïnteresseerd: hoe gaat het nu? Daarna komt de vraag: kan ik iets voor je doen?" Het meisje overlijdt later aan haar verwondingen.
Pas uren later komt Niels thuis. Zijn vrouw, zelf ook wijkagent, heeft op hem gewacht. "Ik ben meteen naar de bedden van mijn kinderen gelopen. Even een knuffel geven, een kus. Dan ben je heel dankbaar voor wat je zelf hebt."
Niels denkt zijn werk snel weer te kunnen oppakken. Maar wanneer hij zijn uniform aantrekt en zijn portofoon aanzet, gaat het mis. "Er kwam een heel gewone melding voorbij en ik klapte compleet dicht. Alles werd zwart." Ook sirenes en het geluid van een traumahelikopter brengen hem terug naar die avond.
De politie regelt snel professionele hulp. Niels krijgt gesprekken met een psycholoog en later EMDR-therapie. Ook bij collega's en dierbaren kan hij zijn verhaal kwijt. "Ik ben iemand die dingen liever niet opkropt. Met collega's erover praten heeft me goed gedaan." Ook zijn teamleiding geeft hem ruimte. "Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik er binnen een week weer moest staan, ik heb geen enkele druk gevoeld."
Ongeveer een jaar lang vermijdt Niels de plek van het ongeval. Op advies van zijn psycholoog gaat hij er uiteindelijk samen met zijn vrouw weer naartoe. Ze gaan op een bankje zitten waar het gebeurde. Daar merkt hij wat de omgeving nog met hem doet. Inmiddels kan hij er weer komen zonder direct terug te worden gebracht naar die avond.
Niels werkt inmiddels weer volledig. Toch heeft de melding iets veranderd. "Als er voldoende collega's zijn bij een melding met een kind en ik niet van toegevoegde waarde ben, ga ik daar niet meer kijken. Maar als ik nodig ben, ga ik. Dan zet ik die knop om en doe ik mijn werk."
Praten over zijn ervaring vindt hij belangrijk. "Mensen zien de politie soms vooral als bonnenschrijvers. Maar ik trek dat pak aan het einde van mijn dienst ook uit. Dan ben ik gewoon Niels. Dit is óók de realiteit van ons vak."
De serie Brabantse Blauwe is nu te zien op Brabant+.

