Floor van de Water* stapt iedere woensdag in een sloepje. Samen met oud-collega's roeit ze iedere week over de wateren bij Heusden. Dat doet ze niet zomaar. Floor werkte bij de politie, maar kreeg tijdens haar werk een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Door te roeien met lotgenoten kan ze haar gedachten even helemaal van zich afzetten.

Het gezin van Floor van de Water merkte begin deze eeuw dat hun moeder niet lekker in haar vel zat. Ze was snel boos, had weinig concentratie, ervaarde veel prikkels en legde zichzelf veel druk op. Ook tijdens haar werk bij de politie kwamen deze gevoelens naar boven. “Als ik een melding van een collega hoorde, blokkeerde ik helemaal. Soms reed ik ook om zodat ik niet langs plekken met een nare herinnering hoefde te rijden”, vertelt ze.

Floor wist zelf niet goed wat er met haar aan de hand was, maar meldde haar gevoelens wel bij de politie. Daar werd weinig mee gedaan, omdat PTSS nog niet zo bekend was op de werkvloer. Ze kreeg reacties als: ‘We hebben allemaal wel iets. Het hoort er allemaal bij.’ “Dat maakte het ook eenzaam. Ik voelde me niet begrepen."

In 2013 erkende de politie PTSS als beroepsziekte en sindsdien wordt er volgens Floor een inhaalslag gemaakt. “Het was duidelijk dat ik niet de enige collega met deze klachten was.”

Uiteindelijk kreeg ze na jaren, ook via de politie, verschillende therapieën. “Daardoor kreeg ik meer inzichten en onderging ik pittige, maar mooie therapieën. Dat heeft een stuk van mijn leven en dat van mijn gezin teruggegeven”, blikt ze terug.

Een van die manieren was het project ‘Roeien naar Herstel’. De politie startte daar zes jaar geleden mee. Inmiddels doen er tussen de twintig en dertig collega's mee. Floor roeit vanaf het begin mee en merkt dat het haar enorm helpt. “Onze kwetsbaarheid is onze kracht.”

Want voordat de reddingsvesten worden omgedaan en de groep vertrekt richting de sloep, wordt in de kantine van de watersportvereniging een rondje gemaakt met de vraag hoe het met iedereen gaat en worden de goede en minder mooie dingen met elkaar besproken. Zo weet men van elkaar wat er speelt. “Het is herkennen en erkennen. We hebben aan een blik naar elkaar al genoeg. Schrikken we ergens van, dan doen we dat tegelijk. We kunnen er zelfs met elkaar om lachen en dat is mooi”, vindt Floor.

Of de zon nu schijnt, het regent, waait of vriest: elke week vaart de sloep uit. “Als ik aan het roeien ben, heb ik aan zes slagen genoeg om het gevoel van vrijheid te hebben. Mijn overdreven alertheid valt weg en inmiddels is het roeien een automatisme geworden. Ik kom in een ritme en daar moet ik in blijven. Meer hoeft dan niet en dat is zó fijn.”

Waar Floor zich eerder ongehoord voelde door de politie, is dat nu anders. “Als ik nu kijk wat de politie voor ons doet met het sloeproeien, is die oude pijn voor een groot deel weggenomen.”

Ze hoopt met haar verhaal andere politiemensen te helpen. “Ik wil graag laten zien wat PTSS betekent. Soms heb je het niet zelf door. Als je merkt dat je veel ruzie hebt, slecht slaapt of sneller nerveus of overdreven alert bent, ga dan bij jezelf te rade of je misschien PTSS hebt. Als je op dat punt bent, kun je geholpen worden. Dat is de beste weg om verder te kunnen gaan in je leven.”

*Floor van de Water is een gefingeerde naam. Haar echte naam is bekend bij de redactie.