Patiënten van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven mogen er niet komen. En velen zullen het niet weten, maar het ziekenhuis heeft een enorme verdieping onder de grond. Hier werken elke dag zo’n tweehonderd mensen.

Boven de grond telt het ziekenhuis dertien etages. “Die zijn om onze patiënten goed te verzorgen”, zegt voorlichter Geert Piek. “Wij gaan nu naar min één, naar de kelder van het ziekenhuis.”

In de kelder kom je uit in een gangenstelsel. Bijna nergens is daglicht. Het is een komen en gaan van medewerkers die hier hun werkkleding ophalen. Door hun pasje te scannen, weet de kledingautomaat welk kledingstuk bij wie hoort. Op een hanger komt de witte jas binnen een half minuutje naar de medewerker toe. Als de automaat helemaal vol hangt, zitten er 8100 kledingstukken in.

Andere medewerkers komen langs met lege ziekenhuisbedden. Die rollen door de gangen, op weg naar de beddenwasstraat. “In veruit de meeste ziekenhuizen in Nederland worden de bedden handmatig gewassen”, zegt Geert Piek. 

“In het Catharina Ziekenhuis hebben we een beddenwasstraat. Die is te vergelijken met een autowasstraat. De bedden worden op 85 graden gewassen, gedesinfecteerd en daarna worden ze gedroogd. En dat alles in ongeveer 10 minuten.”

Elk bed wordt minimaal één keer in de maand gewassen. Als een bed erg vuil is of als er iemand in heeft gelegen die zeer besmettelijk is, gebeurt het veel vaker.

Iets verderop in de kelder zit de keuken. Elke dag worden hier vijfhonderd warme maaltijden bereid. “Ongeveer 350 voor onze patiënten en 150 voor ons eigen personeel”, legt voorlichter Geert Piek uit. In de gang hangt een schema voor negen dagen. Op maandag lasagne, op dinsdag kip kerrie en op woensdag nasi rendang. De meeste patiënten liggen er zo’n vijf dagen en dan is er voldoende variatie.

De kelder van het ziekenhuis is enorm. Toch is de ruimte bij een ramp of oorlog niet geschikt om te schuilen. “Helaas niet, want op sommige plekken in de kelder zijn er ramen en is er daglicht te zien. Dat maakt ‘m per definitie niet geschikt om als noodschuilkelder te gebruiken.”

Wie iets verder loopt, komt langs een grote ruimte die als werkplaats dient. Gereedschap hangt  aan de muur. Hier worden de medische instrumenten gemaakt, gerepareerd en onderhouden. “Deze afdeling zorgt ervoor dat alle medische apparatuur zo veilig en optimaal mogelijk gebruikt kan worden”, legt Piek uit.

Remy Karsemakers werkt op deze afdeling Medische Techniek. “Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt bij mensen met staar.” Hij laat een soort pincet zien met twee kleine puntjes. Daarmee verwisselen ze de ooglens. “Ze worden krom door het wasproces of door ze te laten vallen. Die maken wij weer perfect.”

Ook de 3D-printer doet hier goede zaken. Remy laat een ge-3D-print hart zien dat uit flexibel materiaal bestaat. “Dan komt het overeen zoals het echt hart is. De chirurg kijkt van tevoren of-ie het kan halen met het instrumentarium wat we hebben. En anders kunnen we het van tevoren aanpassen, voordat de patiënt geopereerd wordt.”

Jack Verweij werkt bij de kledinguitgifte en hij vindt het werken onder de grond prima.  “Ik heb er niet zoveel moeite mee. Als ik hier kom, weet ik wat voor weer het is. Maar als je naar huis toe gaat, weet je nooit wat voor weer het is. Doe ik een jas aan of laat ik ‘m uit? Doe ik een regenjas aan?”. Het heeft zo zijn voordelen: klagen over het weer doet Jack zelden. “Zeker niet op de dag dat ik hier ben.”